Indirecte geluidhinder

Verkeer van personen en goederen van en naar de inrichting kan ook indirecte hinder met zich meebrengen. Het gaat hierbij om geluidhinder die niet wordt veroorzaakt door activiteiten of installaties binnen de inrichting, maar die wel aan de inrichting is toe te rekenen.

Indirecte hinder en vergunningplichtige bedrijven

De Schrikkelcirculaire is van toepassing op vergunningplichtige bedrijven: ‘Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer', 29 februari 1996.

Het betreft alleen geluidhinder van verkeersbewegingen die toe te rekenen zijn aan de inrichting. De bandbreedte voor acceptabele geluidbelastingen (equivalente geluidsniveaus) liggen tussen de voorkeursgrenswaarde - 50 dB(A) - en de maximale grenswaarde van 65 dB(A). Voor maximale geluidniveaus (piekgeluidniveaus) zijn expliciet geen waarden opgenomen.

Indirecte hinder en meldingsplichtige bedrijven ( Activiteitenbesluit type A/type B)

In het Activiteitenbesluit is de term ‘indirecte hinder' niet terug te vinden. De toelichting op het Activiteitenbesluit beschrijft de mogelijkheid om door middel van een maatwerkvoorschrift, gekoppeld aan de zorgplichtbepaling, indirecte hinder veroorzaakt door een inrichting te reguleren.

Artikel 2.1, tweede lid Activiteitenbesluit:
"f. het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geluidhinder
k. het voorkomen dan welvoor zover dat niet mogelijk is het beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de inrichting. [vooral gericht op bezoekersstromen] "


Via het zorgplichtartikel uit het Activiteitenbesluit is het mogelijk met maatwerk onderzoek naar indirecte hinder te verlangen. Maatwerkvoorschriften kunnen ook inhouden dat de door de inrichting te verrichten activiteiten worden beschreven en dat metingen, berekeningen of tellingen moeten worden verricht om de mate waarin de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt te bepalen. De resultaten van een dergelijk onderzoek kunnen aanleiding zijn maatwerkvoorschriften vast te stellen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen voor het milieu, zoals het voorschrijven van maatregelen en gedragsvoorschriften. De Schrikkelcirculaire kan daarbij als hulpmiddel dienen.

Voorkomen van indirecte hinder

Het voorkomen van indirecte hinder is vooral mogelijk tijdens het ruimtelijke ordeningsproces, wanneer keuzes gemaakt kunnen worden over de aanrijroute of de ingang van de inrichting. Steeds dient men zich af te vragen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Reikwijdte mobiele geluidsbronnen

Tot waar moet indirecte hinder worden meegenomen?

Voor indirecte hinder ten gevolge van mobiele geluidsbronnen (bijvoorbeeld vrachtwagens) geldt een beperking van de reikwijdte. Die reikwijdte is op verschillende manieren vast te stellen:

  • De afstand waarbinnen sprake is van indirecte hinder veroorzaakt door een bedrijf blijft beperkt tot die afstand, waarbinnen de herkomst van de veroorzakende geluidsbronnen in redelijkheid kan worden teruggevoerd op de aanwezigheid van het bedrijf in kwestie. Toepassing van dit criterium houdt voor transportverkeer van en naar inrichtingen in dat de reikwijdte beperkt blijft tot die afstand, waarbinnen voertuigen (met in acht name van de maximum snelheid) de ter plaatse optredende snelheid hebben bereikt.
  • De reikwijdte blijft beperkt tot dat gebied waarbinnen de voertuigen van en naar de inrichting voor hetgehoor nog herkenbaar zijn ten opzichte van andere voertuigen op de openbare transportroutes.
  • De reikwijdte blijft beperkt tot dat gebied waarbinnen de voertuigen van en naar de inrichting nog niet zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld, bijvoorbeeld tot de eerste kruising.
  • De reikwijdte blijft beperkt tot de akoestische herkenbaarheid (2 dB criterium zoals ook bij de reconstructies in de zin van de Wet geluidhinder wordt toegepast).
  • De reikwijdte blijft beperkt tot dat gebied waarbinnen de voertuigen van en naar de inrichting nog niet op een voor meerdere bedrijven functionerende ontsluitingsroute rijden. Is dat wel het geval dan zou de afweging ter zake van de met die ontsluitingsroute gepaard gaande geluidsbelasting niet op het microniveau van de individuele inrichtinghouder moeten worden gemaakt maar op macroniveau in een structuur of bestemmingsplan.

In de overwegingen van de te verlenen vergunning moet echter duidelijk worden aangegeven welke methode gebruikt is opdat daarover geen rechtsonzekerheid kan ontstaan.

Indirecte hinder wordt niet getoetst bij gezoneerde industrieterreinen. Wanneer dit wel zou gebeuren, zou het speciale regime van de Wet geluidhinder, dat er onder meer van uitgaat dat een verruiming van de geluidruimte van de verkeersbewegingen op de openbare weg is toegestaan, worden doorkruist.

Woningen of andere gevoelige gebouwen

Over woningen of andere gevoelige gebouwen vindt u meer informatie op de pagina geluidgevoelige objecten.

Berekening van indirecte hinder

Indirecte hinder is wegverkeer, maar wordt bepaald en getoetst als zijnde industrielawaai. De indirecte hinder wordt 'gewoon' in dB(A)'s berekend, dus geen dB's! De geluidbelasting kan ook niet met een rekenmodel voor verkeerslawaai berekend worden. Tot voor kort klopten de emissiegetallen in de modellen niet bij lage snelheden. Daarom moet een model voor industrielawaai wordt gebruikt. Mogelijk zal in de toekomst wel van verkeersmodellen gebruik gemaakt worden, nu er ook voor lage snelheden emissiekentallen zijn. Er moet dan wel gerekend worden met dB(A)'s en niet met Lden, aangezien de normen in de Schrikkelcirculaire ook uitgaan van dB(A).

Uitzonderingen

Wanneer er sprake is van laden en lossen in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting dan behoort dit tot de inrichting en zijn de grenswaarden voor het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau op de activiteiten van toepassing (tabel 2.17a). Dit is dus géén indirecte hinder: Art. 2.17 eerste lid Activiteitenbesluit: "... door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting"

Wat onder laden en lossen wordt verstaan, bijvoorbeeld het slaan van autoportieren of het starten van auto's, wordt op de website uitgelegd aan de hand van jurisprudentie.

Andere vormen van indirecte hinder

Voor andere vormen van indirecte hinder wordt verwezen naar paragraaf 5.10 van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (pdf, 123 kB).

Zie ook vraag en antwoord Indirecte hinder en handhaving