Afvalwater in schema
Handboek water
Inhoud pagina: Afvalwater in schema
Er zijn diverse manieren om afvalwater te lozen. Afhankelijk van de lozingsroute die gekozen wordt spelen andere partijen en aspecten een rol. In de praktijk moet dit alles op een efficiënte manier op elkaar inspelen om ons afvalwater, zonder onacceptabel milieuverontreiniging, te verwijderen. Dit weerspiegelt zich in de organisatie en regelgeving hieromtrent. In onderstaand schema wordt getracht de samenhang tussen de verschillende aspecten en partijen weer te geven.
Door te klikken op de teksten in een bepaald vlak verschijnt er een pop-up, waarin een korte toelichting wordt gegeven op desbetreffend aspect met de mogelijkheid door te klikken naar de uitgebreide tekst in het Handboek water. De diverse lozingsroutes zijn weergegeven met pijltjes met daarin een bolletje met een nummer (de nummering is willekeurig). Door daarop te klikken ziet u een pop-up die ook de mogelijkheid biedt door te klikken naar de uitgebreide informatie over deze lozingsroute in het Handboek.
Hotspots
Bodem
Bevoegd gezag bij lozen op of in de bodem is meestal de gemeente, maar soms ook de provincie. Lozen in of op de bodem is in beginsel verboden tenzij expliciet toegestaan bij algemene regels of een ontheffing op grond van het Lozingenbesluit Bodembescherming. Zie bij Lozingsroutes en bevoegd gezag.
Oppervlaktewater
Bevoegd gezag bij lozen in een oppervlaktewaterlichaam is de waterbeheerder; voor de rijkswateren is dat rijkswaterstaat en voor de regionale wateren zijn dat de waterschappen. Lozen in het oppervlaktewater is in beginsel verboden tenzij expliciet toegestaan bij algemene regels of een watervergunning. Zie bij Lozingsroutes en bevoegd gezag.
Vuilwaterriool
Bevoegd gezag bij lozen in een vuilwaterriool is meestal de gemeente, maar als de provincie of het rijk bevoegd gezag is voor de inrichting, dan is die ook bevoegd gezag voor dit lozen. Een vuilwaterriool is altijd aangesloten op een zuiveringtechnisch werk. Lozen in een vuilwaterriool is in beginsel toegestaan onder de voorwaarden van de zorgplicht en de specieke voorschriften per afvalwaterstroom in de besluiten. Zie bij Lozingsroutes en bevoegd gezag.
Schoonwaterstelsel
Bevoegd gezag bij lozen in een schoonwaterstelsel, hemelwater- of ontwateringstelsel, is meestal de gemeente, behalve bij inrichtingen waarvoor de provincie, of het rijk, bevoegd gezag is. Veelal lozen deze stelsels, zonder enige zuivering, in het milieu, bodem of oppervlaktewater. Tenzij expliciet toegestaan, zoals afstromend hemelwater, is lozen in een schoonwaterstelsel verboden. Zie bij Lozingsroutes en bevoegd gezag.
Beheer en zorg inzameling afvalwater
De gemeente heeft de wettelijke verantwoordelijkheid voor de inzameling en het transport van afvalwater en dus ook voor het beheer van de voorzieningen om dat te realiseren. De gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater vormen de basis en het gemeentelijk rioleringsplan geeft de lokale uitwerking daarvan.
Zorgplicht stedelijk afvalwater
In de Wet Milieubeheer is bepaald dat de gemeente moet zorgen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater naar een zuiveringtechnisch werk (RWZI). Stedelijk afvalwater bestaat uit huishoudelijk afvalwater eventueel vermengd met ander afvalwater.
Zorgplicht hemel- en grondwater
De zorgplichten voor hemel- en grondwater richten zich in eerste instantie tot burger en bedrijf. Daarvan wordt verwacht dat bijvoorbeeld het afstromend hemelwater zoveel mogelijk ter plaatse terug in het milieu wordt gebracht, door te lozen in de bodem of het oppervlaktewater. Pas als dit, in alle redelijkheid, niet van hun verwacht kan worden, ligt er een taak voor de gemeente.
Zorgplicht zuivering
Op grond van de Waterwet en de Waterschapswet ligt de zorg voor de zuivering van stedelijk afvalwater in eerste instantie bij het waterschap. Deze taak kan eventueel uitbesteed worden. Deze zorgplicht sluit naadloos aan op de gemeentelijke zorgplicht voor stedelijk afvalwater.
Zuiveringtechnisch werk (RWZI)
Zuiveringtechnische werken (RWZI's) zijn inrichtingen in de zin van de Wm. Per 1 januari 2011 zijn ze onder het Activiteitenbesluit gebracht, uitgezonderd het lozen vanuit de RWZI in het oppervlaktewater. Daarvoor blijft voorlopig een watervergunning noodzakelijk. Sommige RWZI zijn vanwege nevenactiviteiten, zoals het innemen van afvalstoffen, waaronder afvalwater via de poort, vergunningplichtig. Op het zuivering blijft echter het Activiteitenbesluit van toepassing, want de voorschriften staan in hoofdstuk 3.
De lozers
De meeste lozingen worden geregeld met algemene regels verdeeld over drie besluiten (amvb's), die zijn ingedeeld naar doelgroep. De meest risicovolle bedrijven zijn vergunningplichtig. Van iedere lozer wordt verwacht het vervuilde afvalwater, zoals bedrijfsafvalwater en huishoudelijk afvalwater, zoveel mogelijk gescheiden te houden van het relatieve schone afvalwater als hemel- en grondwater.
Activiteitenbesluit
In beginsel vallen alle inrichtingen in de zin van de Wet Milieubeheer onder het Activiteitenbesluit. In het Besluit Omgevingsrecht is aangegeven welke inrichtingen vergunningplichtig zijn. Voor agrarische inrichtingen gelden nog de verschillende landbouwgerelateerde besluiten, maar na 2011 zullen die ook onder het Activiteitenbesluit gebracht worden.
Besluit lozing afvalwater huishoudens
Het lozen vanuit particuliere huishoudens wordt geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Dit besluit is van toepassing op vrijwel elk lozen dat vanuit een huishouden plaats vindt, dus bijvoorbeeld ook het afstromend hemelwater.
Besluit lozen buiten inrichtingen
Dit besluit stelt algemene regels voor een groot aantal lozingen die buiten inrichtingen en particuliere huishoudens plaatsvinden. Dat betreft onder andere het lozen in de openbare ruimte, zoals bij reiniging van vaste objecten of het afstromen van hemelwater. Ook lozen vanuit gemeentelijke stelsels wordt met dit besluit geregeld.
Lozen met voorafgaande toestemming
De meeste lozingen zijn of worden binnenkort geregeld met algemene regels. Een beperkte groep, maar meestal wel de milieuhygiënisch meest relevante, blijft vergunningplichtig. Voor lozen in oppervlaktewater en rechtstreeks op de RWZI is dat de watervergunning, voor de overige lozingsroutes is dat de omgevingsvergunning of een ontheffing op grond van het Lozingenbesluit Bodembescherming.
Voorkeursvolgorde vuilwater
De Wet Milieubeheer kent een voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater. Verontreinigd afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid overeenkomt met huishoudelijk afvalwater wordt bij voorkeur geloosd in het vuilwaterriool, voor het overige afvalwater is in eerste instantie de houder verantwoordelijk.
Voorkeursvolgorde schoonwater
Op grond van de voorkeursvolgorde van de Wet Milieubeheer wordt overtollig hemel- en grondwater zoveel mogelijk ter plaatse terug in het milieu gebracht door lozen in bodem of oppervlaktewater. Als dat niet mogelijk blijkt kan geloosd worden in een schoonwaterstelsel of eventueel in het vuilwaterriool. De gemeente heeft een speciale verordeningsbevoegdheid om lokaal invulling te geven aan de zorgplichten voor hemel- en grondwater.
1. Lozen vuilwater op of in de bodem
Diverse bedrijfsafvalwaterstromen, maar ook huishoudelijk afvalwater, kan na voldoende zuivering in of op de bodem geloosd worden. Dit is vooral het geval bij bij afvalwaterstromen die ontstaan bij agrarische activiteiten, waarvan sommige zelfs, onder bepaalde voorwaarden, zonder zuivering geloosd kunnen worden. Zie verder.
2. Lozen vuilwater in het oppervlaktewater
Na voldoende zuivering kan bedrijfs- en huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewater geloosd worden. De lozingenbesluiten staan een aantal lozingen, onder voorwaarden, toe; overige lozingen zijn uitsluitend toegestaan met een watervergunning. Zie verder.
3. Lozen vuilwater in vuilwaterriool
Het vuilwaterriool is in eerste instantie bedoeld voor huishoudelijk afvalwater, maar ook veel bedrijfsafvalwater wordt er, al dan niet na zuivering, op geloosd. Lozen van schoonwater, zoals hemel- en grondwater, is ongewenst. Zie verder.
4. Lozen van schoonwater in vuilwaterriool
Lozen van schoonwater, zoals afstromend hemelwater, in een vuilwaterriool is ongewenst. Het veroorzaakt overstorten en heeft een negatief effect op het zuiveringproces van de RWZI. Zie verder.
5. Lozen in schoonwaterstelsels
Schoonwaterstelsels zijn hemelwater- of ontwateringsstelsels om hemel- en grondwater uit stedelijk gebied af te voeren naar een lokatie waar geloosd kan worden in bodem of oppervlaktewater, meestal ongezuiverd. Er mag dus uitsluitend schoon water in geloosd worden. Zie verder.
6. Lozen schoonwater in de bodem
Afstromend hemelwater wordt bij voorkeur direct in de bodem geloosd op de lokatie waar het neerkomt, bijvoorbeeld het regenwater van het dak in de tuin. Vaak is voor een bodemlozing een infiltratievoorziening noodzakelijk waardoor voor lozen in het oppervlaktewater wordt gekozen. Zie verder.
7. Lozen schoonwater in het oppervlaktewater
Lozen van schoon water, zoals hemel- en grondwater, in oppervlaktewater is toegestaan met algemene regels en heeft de voorkeur boven lozen in rioolstelsels. De lozer dient er op grond van de zorgplicht voor te zorgen dat het te lozen afvalwater niet onnodig wordt verontreinigd. Zie verder.
8. Lozen vanuit vuilwaterriool op RWZI
Het stedelijk afvalwater dat door de gemeente wordt ingezameld met het vuilwaterriool wordt ter zuivering geloosd op het zuiveringtechnisch werk (RWZI) van het waterschap. In het verleden werd dit lozen soms geregeld met een aansluitvergunning, maar in het kader van een goede samenwerking in de waterketen is dat niet meer wenselijk. Zie verder.
11. Lozen vanuit RWZI in het oppervlaktewater
Uiteindelijk loost het zuiveringtechnisch werk in het oppervlaktewater. Hiervoor is een watervergunning vereist van de beheerder van het ontvangende oppervlaktewater. De EU-Richtlijn Stedelijk afvalwater stelt voorwaarden die in de watervergunning moeten worden meegenomen. Zie verder.
9. Lozen vanuit schoonwaterstelsel in de bodem
Een gemeente kan het met het schoonwaterstelsel ingezameld hemel- en grondwater lozen in de bodem. Daarvoor is het zelf bevoegd gezag en is het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing. Zie verder.
10. Lozen rechtstreeks op RWZI
Sommige bedrijven lozen rechtstreeks op de RWZI. Op dit lozen is de Waterwet van toepassing met het waterschap als bevoegd gezag. Binnen de algemene regels moeten deze lozingen voldoen aan de voorschriften voor lozen in het vuilwaterriool. Zie verder.
12. Riooloverstorten
Bij gemengde rioolstelsels zijn riooloverstorten niet te voorkomen, ze worden geregeld via het Besluit lozen buiten inrichtingen. De maatregelen om de belasting van het oppervlaktewater te beperken staan beschreven in het gemeentelijk rioleringsplan. Zie verder.
13. Lozen vanuit schoonwaterstelsel in oppervlaktewater
Als de gemeente schoon water inzamelt met hemelwater- en ontwateringstelsels moet dat ook geloosd worden. Dit wordt geregeld met het Besluit lozen buiten inrichtingen, waarin de maatregelen volgens het gemeentelijk rioleringsplan van toepassing worden verklaard. Zie verder.
