Melding en Akoestisch rapport Activiteitenbesluit

Vier weken voor oprichting of verandering van een inrichting moet de inrichtinghouder een melding doen bij het bevoegd gezag. Bij verandering is een melding alleen nodig als een afwijking ontstaat van eerder verstrekte gegevens. Meer informatie over de melding staat onder "Melding en Activiteitenbesluit internetmodule".

In de volgende gevallen is een akoestisch onderzoek bij een melding voor het oprichten of veranderen van een inrichting verplicht of kan het bevoegd gezag er om vragen:

De inrichtinghouder hoeft veranderingen of uitbreidingen niet te melden indien de gegevens waarover het bevoegd gezag beschikt op grond van een eerdere melding, niet wijzigen.

Inrichtingen met aangewezen activiteiten

Inrichtingen met activiteiten die zijn genoemd in art. 1.11 lid 1 t/m 3 leveren een akoestisch onderzoek bij de melding. Voor deze activiteiten zijn doorgaans problemen te verwachten bij de toetsing aan de geluidsgrenswaarden.

In de volgende gevallen art. 1.11, lid 1 t/m 3 is de inrichtinghouder in ieder geval verplicht om bij de melding een akoestisch onderzoek in te dienen:

  • Als tussen 19.00 uur en 7.00 uur meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen die zwaarder zijn dan 3.500 kilo (incl. laadvermogen) en binnen 50 meter van de bedrijfsgrens geluidsgevoelige objecten aanwezig zijn. Dit geldt niet voor openbare tankstations en horecabedrijven.
  • Als, mede op basis van de aard van het bedrijf, aannemelijk is dat in enig vertrek van het bedrijf het equivalente geluidsniveau veroorzaakt door muziek meer bedraagt dan: 70 dB(A), als dit vertrek in- of aanpandig is gelegen met geluidsgevoelige gebouwen of 80 dB(A), als dit vertrek niet in- of aanpandig is gelegen met geluidsgevoelige gebouwen. Of in de buitenlucht of op een open terrein van de inrichting muziek ten gehore zal worden gebracht.
  • Als de melding betrekking heeft op één of meer windturbines.
  • Als in de buitenlucht overslag in bulk of mechanische bewerking van metalen in de buitenlucht plaatsvindt .
  • Als de melding betrekking heeft op zuiveringstechnische werken als bedoeld in categorie 27.3 van onderdeel C, bijlage 1, bij het Besluit omgevingsrecht
  • Als airbags of gordelspanners worden geneutraliseerd door deze te ontsteken.
  • Als de melding betrekking heeft op een inrichting voor het vervaardigen van betonmortel of betonwaren voor zover bedoeld in categorie 11.1, onderdeel b van onderdeel C, bijlage 1, bij het Besluit omgevingsrecht.
  • Als de melding betrekking heeft op een binnenschietbaan waarvan de afstand tot het dichtstbijzijnde gevoelige object kleiner is dan 50 meter.

Het bevoegd gezag kan voor inrichtingen met deze activiteiten besluiten dat een akoestisch onderzoek niet is vereist wanneer aannemelijk is dat aan de geluidsgrenswaarden kan worden voldaan (art. 1.11, lid 4). Dit is ter beoordeling aan het bevoegd gezag. Met name de aard en de ligging van de inrichting zullen hiervoor de aanleiding zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om locaties waarbij woningen buiten de akoestische invloedssfeer van een inrichting zijn gelegen, zoals afgelegen locaties of gunstig gesitueerde bedrijfsterreinen. Bij deze afweging kan het bevoegd gezag informatie gebruiken die is beschreven bij Eigen onderzoek bevoegd gezag.

Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Voor windturbines gelden de regels voor het akoestisch onderzoek vastgelegd in de "Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer" (artikelen 3.14a t/m 3.14e: eisen akoestisch onderzoek en Bijlage 4: Reken- en meetvoorschrift windturbines). Voor binnenschietbanen wordt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximaal geluidsniveau bepaald overeenkomstig de voorschriften uit bijlage 7 van de Activiteitenregeling.

Uit het rapport van een akoestisch onderzoek blijkt volgens verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen òf de inrichting voldoet aan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a, 2.20, 3.14a en 3.160. Het rapport vermeldt welke voorzieningen de inrichtinghouder treft om overschrijding van deze waarden te voorkomen.

Agrarische inrichtingen
Voor agrarische inrichtingen is bepaald dat bij het bepalen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau alleen rekening wordt gehouden met vast opgestelde installaties en toestellen. Geluid vanwege werkzaamheden en activiteiten (mobiele bronnen) wordt in beginsel buiten beschouwing gelaten. Voor het vermijden van aanzienlijke en ongewenste geluidniveaus vanwege werkzaamheden en activiteiten is de mogelijkheid opgenomen om maatwerkvoorschriften te stellen (artikel 2.20). In dat verband kan een akoestisch rapport worden gevraagd als het aannemelijk is dat de geluidniveaus vanwege werkzaamheden en activiteiten een significante bijdrage leveren aan de totale geluidsbelasting van de inrichting (Artikel 1.11, lid 11). Over de mate van significante bijdrage stelt de Nota van Toelichting onder meer het volgende: als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van de mobiele bronnen gelijk is aan of hoger is dan dat van de vast opgestelde bronnen.

Inrichting op een gezoneerd industrieterrein

Het bevoegd gezag kan besluiten dat een rapport van een akoestisch onderzoek nodig is als de inrichting op een gezoneerd industrieterrein ligt en dit onderzoek noodzakelijk is voor zonebeheer (art. 1.11 lid 6). Tegen een dergelijk besluit is bezwaar en beroep mogelijk.

Als de zone wordt beheerd door een ander gezag dan het bevoegde gezag, kan de zonebeheerder op basis van art. 165 Wgh gegevens over de geluidsuitstraling vragen. Het gaat dan om informatie over type en plaats van de geluidsbronnen, bronvermogens, bedrijfstijden en dergelijke.
Deze emissiegegevens zullen door de zonebeheerder zelf in het beheermodel moeten worden opgenomen. De kosten voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting en het bepalen van reducerende voorzieningen liggen bij de zonebeheerder.

Type A bedrijven uit het Activiteitenbesluit hebben geen meldingsplicht. Voor deze bedrijven is het niet mogelijk een akoestisch onderzoek te vragen.
Op basis van artikel 165 Wet geluidhinder kunnen wel gegevens over de geluidsuitstraling door de zonebeheerder gevraagd worden. Het gaat dan om informatie over type en plaats van de geluidsbronnen, bronvermogens, bedrijfstijden en dergelijke. Deze emissiegegevens zullen door de zonebeheerder zelf in het beheermodel moeten worden opgenomen. De kosten voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting en het bepalen van reducerende voorzieningen liggen bij de zonebeheerder.

Het bevoegd gezag of zonebeheerder kan van deze bevoegdheden gebruik maken als een inrichting aan de rand van het industrieterrein ligt of als een inrichting met de waarden genoemd in art. 2.17 een onevenredig groot beslag zou leggen op de nog beschikbare geluidsruimte, zonder dat die inrichting de bij deze waarden behorende geluidsruimte daadwerkelijk nodig heeft.

Inrichting met een zeer reëele kans op geluidhinder

Als uit de meldinggegevens blijkt dat de kans op geluidhinder zeer reëel is kan het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst van de melding besluiten dat een akoestisch onderzoek wordt overgelegd (art. 1.11 lid 5). Hiervoor moet het bevoegd gezag aannemelijk maken dat het geluidsniveau en/of het maximale geluidsniveau meer bedraagt dan de waarden bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 of 2.17a. Het gaat om gevallen waarin gelet op de te verwachten bronvermogens en afstanden tot gevoelige objecten de normen zullen worden overschreden. Deze beoordeling is afhankelijk van de aard van het bedrijf en de omgeving en kan daarom het beste op lokaal niveau plaatsvinden. Tegen een dergelijk besluit is bezwaar en beroep mogelijk. Het bevoegd gezag kan bij deze afweging de gegevens bij de melding en eigen onderzoek.

Bij het indienen van de melding worden gegevens overhandigd gebruiken die kunnen helpen bij een akoestisch inschatting. Deze gegevens zijn:

  • De aard en omvang van de activiteiten en processen in de inrichting.
  • De indeling en uitvoering van de inrichting, waarbij de grenzen van het terrein van de inrichting, de ligging en de indeling van de gebouwen, de functie van de te onderscheiden ruimten en de ligging van de bedrijfsriolering en de plaats van de lozingspunten worden aangegeven.
  • Een situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de ligging van de inrichting ten opzichte van de omgeving is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl.
  • Antwoorden op vragen uit de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) over bijvoorbeeld bedrijfsprofiel en activiteiten.

Het scala bedrijven dat onder de werking van het Activiteitenbesluit valt is qua aard en omvang zeer uiteenlopend. Het ligt voor de hand dat kleine weinig gecompliceerde inrichtingen zoals een ambachtelijke warme bakkerij met minder detailinformatie kunnen volstaan om aan de meldingseisen te voldoen dan een meubelfabriek waar tal van activiteiten en industriële bewerkingsprocessen plaatsvinden. In het eerste geval zullen de beschrijving en de plattegrond van de inrichting kort en globaal kunnen zijn. Bij een meubelfabriek zullen de verschillende activiteiten en processen duidelijk worden omschreven waarbij wordt omschreven welke emissies vrijkomen en welke maatregelen hiertegen getroffen worden. De processen en de relevante emissiepunten kunnen op de plattegrond van de gebouwen worden aangegeven.

Als achteraf geconstateerd wordt dat de geluidsnorm wordt overschreden, kan de inrichting genoodzaakt zijn om maatregelen te nemen. Bij bedrijven waar het geluidsaspect relevant is voor de omgeving moet onder het omschrijven van de aard en omvang van de activiteiten en processen binnen de inrichting ook worden begrepen het aangeven van de locatie van de relevante geluidsbronnen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan rijroutes van vrachtwagens, de locatie van laden en lossen, de rijroutes van voertuigen binnen de inrichting, de aard, omvang en frequentie van transportactiviteiten en de aard en gebruiksfrequentie van relevante geluidsbronnen. Als het bevoegd gezag vooraf bekend is met deze informatie, kan een betere inschatting gemaakt worden of aan de geluidsnorm zal worden voldaan of welke maatregelen (vooraf) genomen kunnen worden om overschrijding te voorkomen.

Eigen onderzoek bevoegd gezag

Bij het beoordelen van de melding kunnen ook andere gegevens helpen bij een akoestisch inschatting. Deze gegevens zijn:

  • Gegevens over de aard van de inrichting en de activiteiten
    Bronnen: gegevens Kamer van Koophandel, gegevens andere gemeentelijke afdelingen, categorie-indeling VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering", bestemmingsplan
  • Gegevens over de indeling van de inrichting (gebouw en terreinindeling)
    Bronnen: bouwvergunningaanvraag, locatie bezoek, gemeentelijke kaarten en luchtfoto's, kadaster
  • Gegevens over de omgeving: aard van de omgeving en afstand tot van gevoelige objecten
    Bronnen: bestemmingsplan, (gebiedsgericht) geluidbeleid, ligging stiltegebieden (provinciale milieuverordening), gemeentelijke kaarten en luchtfoto's, locatiebezoek, gemeentelijke basisadministratie
  • Gegevens over de overdracht (afstand en afschermingen)
    Bronnen: kadaster, locatiebezoek, gemeentelijke kaarten en luchtfoto's
  • Gegevens over de geluidsbelasting
    Bronnen: historische gegevens (eerdere onderzoeken/meldingen/aanvragen, klachtendossiers, ..), gegevens vergelijkbare inrichtingen en/of andere vestigingen van dezelfde inrichtingen, richtafstanden VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering", gegevens over de aard van de inrichting en activiteiten, brochures (Horeca lawaai de baas, Richtlijnen akoestisch bewust ontwerpen laad- en loslocaties, ...)

Indirecte hinder

Verkeer van personen en goederen van en naar de inrichting kan indirecte hinder met zich meebrengen. Meer informatie over het omgaan hiermee vind u onder "Indirecte hinder Activiteitenbesluit"