Cumulatieberekening onder het voormalige Cumulatierapport

Vraag

Hoe ging de cumulatieberekening onder de Richtlijn Veehouderij en Stankhinder 1996? Ging dat met het voormalige Cumulatierapport?

Antwoord

Ja, dat ging met het voormalige Cumulatierapport, namelijk het rapport 'Beoordeling cumulatie stankhinder door intensieve veehouderij' (Publikatiereeks Lucht 46).

Het bevoegde gezag berekende de relatieve stankbelasting van alle stallen in de omgeving van een stankgevoelig object per stal, op dat stankgevoelige object. Die relatieve stankbelasting mocht niet meer bedragen dan een bepaalde toetsingswaarde.

De relatieve bijdrage van de aanwezige en geprojecteerde stallen werd uitgedrukt als het quotient van het aantal volgens de (aangevraagde) vergunning aanwezige mve (ni) en het aantal mve dat maximaal volgens de (geëxtrapoleerde) afstandsgrafieken in die stal aanwezig mocht zijn (Ni): ni/Ni

De berekening van de relatieve bijdrage ging door het aantal voor de stal (1) vergunde (of aangevraagde) mve's (n1) te delen door het aantal mve dat gezien de afstand tot het stankgevoelige object maximaal was toegestaan (N1). Dit aantal (N1) was af te leiden uit de geëxtrapoleerde afstandsgrafiek.

De sommatie van de relatieve bijdrage van de aanwezige en geprojecteerde stallen (ni/Ni) moest in alle gevallen kleiner dan of gelijk zijn aan 1,5. Als hieraan werd voldaan, hing de toelaatbaarheid af van de onderlinge afstand van de inrichtingen en de straal van de afstandscirkels:

  • Middelpunten van twee of meer stallen binnen elkaars cirkels: de sommatie van de relatieve bijdrage moest kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 1,0
  • Middelpunt van een stal lag binnen meer dan één cirkel (bijvoorbeeld eigen cirkel plus die van de andere stal): de sommatie van de relatieve bijdrage moest kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 1,25
  • De afstandscirkels van drie of meer stallen sneden elkaar: de sommatie van de relatieve bijdrage moest kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 1,25.

Om de toetsingswaarde vast te stellen, moest het bevoegde gezag voor de verschillende stallen (of clusters van stallen) de stankcirkel (of afstandscirkels) tot de geurgevoelige object bepalen. namelijk door uit de afstandsgrafiek af te leiden welke afstand bij het voor de stal vergunde aantal mve's minimaal was vereist. Meten ging vanaf het middelpunt van de stal (of clusters van stallen).

Bij toetsing van cumulatie konden bij grote objecten meerdere punten van een belast (stankgevoelige) object van belang zijn. Dit bleek uit de uitspraak E03.99.0302, 26 september 2000, Ede (JM 2001-1/8). Gelet op de grote oppervlakte van de school hadden verweerders terecht twee afzonderlijke beoordelingspunten genomen in plaats van één beoordelingspunt op de dichtstbijgelegen gevel van de school. De Afdeling verwees hierbij naar de in paragraaf 5.6 met het daarbij behorende figuur 6 uitgewerkte praktijkvoorbeeld van de cumulatieve stankhinder op een recreatieterrein in het rapport. Hieruit bleek dat bij toetsting van de cumulatieve stankhinder meerdere punten van het belaste object van belang kunnen zijn.


mve

mestvarkeneenheid

JM

Jurisprudentie Milieurecht