Lozingsvoorschriften grondwater bij ontwatering

Onder het ontwateren van de bodem wordt verstaan het onttrekken van grondwater aan de bodem om:

  • het verlagen van het grondwaterpeil, voor een bouwput of een sleuf,
  • het niet laten stijgen van het grondwaterpeil,
  • het drooghouden van een gebied bij hoge grondwaterstand.

Het ontwateren wordt vaak bronneren of bronbemaling genoemd.

Bij lozing van grondwater bij ontwatering gaat het om lozingen die vrijkomen bij bronneringen uit drain- en drainagebuizen voor grondwater. Voorbeelden van bronneringen/ontwatering van grondwater:

  • het uitgraven van een boomstronk
  • een reparatie aan het riool
  • gebied bouwrijp te maken
  • permanente bronnering in het stedelijk gebied bij een te hoge grondwaterstand. Als door de hoge grondwaterstand wateroverlast ontstaat, kan de gemeente deze bestrijden door het overtollig grondwater weg te pompen en te lozen
  • (bouw)objecten waarbij men voortdurend het grondwater weg pompt.
    Door opdrukkende kracht van het grondwater kunnen problemen onstaan. Denk aan een tunnel, waarbij zowel bij de bouw als bij het gebruik het object zou kunnen gaan "weg drijven", tenzij het grondwater lokaal is verlaagd.

De paragraaf over ontwateren is niet van toepassing op:

Bij sportvelden wordt vaak drainage toegepast die het hemelwater snel af voeren. Er is geen verschil in de lozingsvoorschriften maar dit wordt gezien als het  Lozen van afvloeiend Hemelwater. Wanneer drainagesysteem bedoeld is voor grond- en hemelwater dan is deze paragraaf wel van toepassing.

Vindplaats

  • het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi):
  • het Activiteitenbesluit:

De besluiten regelen de kwaliteitseisen voor een lozing. Voor de kwantiteit, de hoeveelheid te lozen grondwater, kan aparte toestemming nodig zijn.

Wanneer welk besluit

Als een ontwatering als een zelfstandige activiteit plaatsvindt buiten een bedrijf (inrichting) dan is daarop  het Blbi van toepassing.

Als ontwatering op het terrein van een bedrijf plaatsvindt, is dit onderdeel van de inrichting. Een lozing van grondwater valt dan onder de paragrafen van het activiteitenbesluit.

Soms is een zelfstandige activiteit op zichzelf te zien als inrichting. Het bevoegd gezag moet dan beoordelen of sprake is van een zelfstandige inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (Wm). Als er sprake is van een zelfstandige inrichting, dan is het Activiteitenbesluit van toepassing.

De activiteit is geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit. Daarom gelden de voorschriften voor type B- en type C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden.

Ook valt deze activiteit onder de definitie van inrichting type A (artikel 1.2). Dat betekent dat een inrichting type A die deze lozing uitvoert niet hoeft te melden. Dit staat in artikel 1.4 van het AB

Als een lozing korter dan 48 uur duurt én het is een zelfstandige inrichting, dan is sprake van een type A inrichting. Op de website van InfoMil is meer informatie over het begrip inrichting te vinden.

Heeft de gemeente beoordeeld dat geen sprake is van een zelfstandige inrichting? Dan is het Besluit lozen buiten inrichtingen, Blbi, van toepassing.

Bevoegd gezag

De gemeente is bevoegd gezag voor het lozen van het onttrokken grondwater in de bodem en in de riolering. De provincie is bevoegd gezag als:

  • de lozing dieper dan 10 meter plaatsvindt beneden het maaiveld, of
  • de lozing plaatsvindt binnen een inrichting die onder bevoegdheid van de provincie valt.

Wanneer de lozing van grondwater in de watervergunning is geregeld dan treden de algemene regels terug op grond van artikel 2.2 lid 5 Activiteitenbesluit en het Blbi. De gemeente en de provincie zijn dan niet meer bevoegd voor de lozing van het grondwater in de bodem.

Aanpalende wetgeving

Waterwet en Wet milieubebeer

Ontwateren heeft ook relatie met de gemeentelijke zorgplichten voor hemel- en grondwater. De gemeente maakt beleid om overlast van grondwater te voorkomen. De gemeente legt dit vast in het  gemeentelijk rioleringsplan en een grondwaterverordening.

In de grondwaterverordening kan de gemeente regels stellen over het gebruik van het ontwateringsstelsel. In het gemeentelijk rioleringsplan staat ook het beheer van het vuilwaterriool.  Het gemeentelijk beleid voor lozingen kan afwijken van de voorkeur volgens de Wm en de uitwerking daarvan in de besluiten. Zie ook maatwerk.

Waterschapskeur voor kwantiteit grondwater.

Voor grondwateronttrekkingen zijn over het algemeen de waterschappen bevoegd vanuit de Waterwet. Dit vloeit voort uit artikel 1 van de Waterschapswet: aan de waterschappen wordt de zorg voor watersystemen toevertrouwd, en daaronder vallen ook grondwaterlichamen.

Waterschappen hebben regels over grondwateronttrekkingen opgenomen in hun waterschapskeur. Hierin staan de regels rondom het onttrekken van de hoeveelheid grondwater bij bronbemalingen. In de modelkeur 2013 heeft men een generieke vergunningplicht opgenomen.

Voor kleinere bronneringen (tot een bepaald maximaal debiet per uur, maand, kwartaal en/of half jaar en een bepaalde maximale duur, veelal 6 maanden) hoeft men geen vergunning aan te vragen. Men moet deze bronneringen meestal wel melden.

Verboden en voorwaarden

In beginsel is grondwater schoon en wordt teruggebracht in het milieu. Grondwater hoort dus niet thuis in het vuilwaterriool. Er is een verbod tot lozen in het vuilwaterriool.  Opgepompt grondwater mag worden geloosd in het oppervlaktewater, hemelwaterriool, grondwaterriool, ontwateringstelsels en de bodem.

Lozingseisen en meldingstermijnen bij lozen ten gevolge van ontwatering

Lozingsroute

Eisen aan de lozing naast de zorgplicht

Meldingstermijn afhankelijk van de duur van de lozing

< 48 uur

< 8 weken

Langer

Bodem

Geen

Geen

Oppervlaktewater

  • Geen visuele verontreiniging
  • < 50 mg onopgelost per liter

Geen

5 dagen vooraf

4 weken vooraf

Schoonwaterriool

  • < 5 mg ijzer per liter
  • < 50 mg onopgelost per liter

Geen

5 dagen vooraf

4 weken vooraf

Vuilwaterriool

  • < 5 m3 per uur
  • < 300 mg onopgelost per liter

Geen

5 dagen vooraf

lozingsverbod
ophefbaar met maatwerkvoorschrift of verordening (GRP)

De meldingstermijnen voor ontwatering zijn afhankelijk van de verwachte duur van de lozing. Bedrijven kunnen voor het melden onder het activiteitenbesluit gebruik maken van de AIM.

Meldingen op basis van Blbi kunnen worden gedaan met omgevingsloket online.

In het omgevingsloket kan ook gecontroleerd worden bij welke hoeveelheid grondwater toestemming voor onttrekking van de waterbeheerder nodig is. Een melding of vergunning kan via omgevingsloket worden uitgevoerd.

Maatwerk

Soms is het grondwater verontreinigd. Bijvoorbeeld door een

  • visuele verontreiniging; kleuring door oxidatie van ijzerzouten in oppervlaktewater (oranje/bruin) of onopgeloste stoffen
  • van nature hoog  arseengehalte in de bodem.

Voor de onopgeloste stoffen wordt in de praktijk ook wel een bezinkbak toegepast voordat de feitelijke lozing plaatsvindt.

Ontijzering kan plaatsvinden via een goede beluchting van het afvalwater en het daarna toepassen van een cascade. Maar minder kostbaar is bijvoorbeeld na de beluchting het afvalwater door strobalen of een bak met grind te laten stromen. IJzerdeeltjes worden dan opgevangen voor lozing.

Als de best beschikbare technieken tekort schieten om te voldoen, is maatwerk mogelijk. Dit kan op basis van de zorgplicht. het voorgeschreven maatwerk hangt af van de te bruiken lozingsroute. Verder kan de gemeente het maatwerk vaststellen in een gemeentelijk verordening (voor een gebied) of verlenen op basis van een individueel geval.

Overzicht Maatwerk mogelijkheden
Bij lozing op is de maatwerkmogelijkheid
Oppervlaktewater
  • visuele verontreiniging toestaan,
  • grenswaarde ijzer verhogen.
Andere rioolstelsels dan het vuilwaterriool
  • het gehalte onopgeloste stoffen verhogen,
  • de grenswaarde ijzer verhogen of verlagen.
Vuilwaterriool
  • het lozingsverbod opheffen bij lozing die langer duurt dan 8 weken,
  • ander debiet dan 5 m3 per uur.
Bodem
  • zorgplicht toepassen

Controle-aspecten

  1. Controleer ter plaatse of men conform de melding werkt en controleer de naleving van de normen uit de tabel.
  2. Is de lozing van grondwater afkomstig van ontwatering en het is niet afkomstig van een bodemsanering of een proefbronnering?
    1. Ga de bodemgesteldheid van de ontwateringslocatie na.
    2. Toets de locaties waar bouwactiviteiten bij bedrijven aan de orde zijn en waar de grondwaterstand bronnering aannemelijk maakt.
    3. Toets de locatie aan de bodemkwaliteitskaart voor mogelijke verontreiniging.
  3. Is er maatwerk verleend? Controleer ter plaatse of men conform het opgelegde maatwerk werkt

Uw onderwerpen

Zie ook