Zorgplicht hemelwater

De gemeente heeft de zorg voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Deze zorgplicht is vastgelegd in artikel 3.5 van de Waterwet. De gemeenten zijn verplicht de zorg voor het hemelwater uit te werken in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP).

Schematische weergave regelgeving voor hemelwater en grondwater

Openbaar terrein

De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op:

  • het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein
  • als het niet anders kan, afvloeiend hemelwater van particulier terrein.

Eigen verantwoordelijkheid particulier- of bedrijventerrein

De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater. Het hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of wordt in de bodem geïnfiltreerd. Uitgangspunt hierbij is dat hemelwater schoon is.

Wanneer het hemelwater te verontreinigd is moet het afvalwater ter plaatse door de houder worden gezuiverd. Via een IBA, een helofytenfilter, een zuiveringsfilter of een gelijksoortige voorziening. Het Activiteitenbesluit, Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen bieden mogelijkheden om hiertoe bij maatwerkvoorschrift eisen te stellen. De gemeenten kunnen ook bij verordening zaken voor afstromend hemelwater regelen: zie gemeentelijke verordening.

Invulling hemelwaterzorgplicht

De gemeente hoeft niet het hemelwater afkomstig van particulier terrein af te voeren. Alleen als het niet redelijk is om van de houder van het verzamelde hemelwater te verlangen het hemelwater af te voeren. Dit kan doordat:

  • er geen oppervlaktewater in de buurt is waarop geloosd kan worden;
  • infiltratie niet mogelijk is door een te hoge grondwaterstand.

De gemeentelijke zorgplicht beschrijft dat de gemeente een voorziening moet aanbieden waar het hemelwater in geloosd kan worden. Het is aan de gemeente welke voorziening dat is. Dat zou ook een gemengd riool kunnen zijn, alhoewel dit niet de voorkeur verdient.

Schoon water verstoort de goede werking van een waterzuiveringsinstallatie. Voor de afvoer van dit schone water moet men het riool eigenlijk groter maken. Dit is niet nodig als door de gemeente beperkingen zijn opgesteld voor lozingen van hemelwater op het vuilwaterriool. Het is beter om hemelwater naar oppervlaktewater of de bodem af te voeren. Een voorwaarde is dan wel dat het hemelwater schoon gehouden wordt. Ook volgens artikel 10.29a Wet milieubeheer heeft het voorkeur om dit water direct in het milieu te laten komen.

De afweging wanneer en hoe bepaalde wijken hemelwater moeten afkoppelen, volgt uit het lokale beleid voor hemelwater in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP).

Gemeenten geven in het GRP ook antwoord op de vraag of het mogelijk is om afvloeiend hemelwater en ingezameld grondwater lokaal in het milieu terug te brengen. Er zullen altijd situaties zijn waarbij lokaal terugbrengen in het milieu niet mogelijk is. De gemeente zal dan binnen de grenzen van doelmatigheid in afvoer voorzien.

Via voorlichting kan de gemeente aan haar burgers en bedrijven uitleggen dat een lozing van hemelwater op vuilwaterriool niet handig is.

Samenwerking waterschap

Nadat hemelwater door de gemeente is ontvangen, is het vervolgens aan de gemeente de afweging te maken hoe het ingezamelde hemelwater wordt verwerkt. Die afweging moet worden gemaakt met de betrokken waterschappen (zie ook artikel 3.8 Waterwet). De uiteindelijke keuze voor de wijze van omgaan met afvloeiend hemelwater wordt dus op lokaal niveau gemaakt. Gemeenten hebben bij uitvoering van de zorgplicht de nodige beleidsvrijheid en kunnen voor een aanpak kiezen die gelet op de lokale omstandigheden het meest doelmatig is.

Hier vindt u de memorie van toelichting over de hemelwaterzorgplicht: Memorie van toelichting hemelwaterzorgplicht. (pdf, 20 kB)


Uw onderwerpen