Afvloeiend hemelwater particulieren

Op particulier terrein is primair de eigenaar van het terrein verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater. Anders dan bij huishoudelijk afvalwater heeft de gemeente geen zorgplicht om te zorgen voor afvoer van hemelwater. Wanneer het niet doelmatig is om te zorgen voor eigen afvoer van hemelwater kan de gemeente dit verzorgen. De gemeenten zijn verplicht de zorg voor het hemelwater uit te werken in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP).

Hemelwater van huishoudens of wel van particulieren wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of geïnfiltreerd in de bodem. Uitgangspunt hierbij is dat hemelwater schoon is. Wanneer het hemelwater te verontreinigd is, moet het afvalwater ter plaatse te worden gezuiverd, bijvoorbeeld in een helofytenfilter. Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen bieden mogelijkheden om hiertoe bij maatwerkvoorschrift eisen te stellen.

Lozen van hemelwater afkomstig van huishoudens op vuilwaterriool is niet verboden. Lozingen van hemelwater afkomstig van huishoudens mag op het riool. Dit staat in artikel 2 van het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah). In tegenstelling tot bedrijfsmatige lozingen (Het Activiteitenbesluit) staat hierin geen constructie om nieuwe lozingen te beperken.

De gemeenten kunnen ook bij verordening zaken met betrekking tot afstromend hemelwater regelen.

Schematische weergave regelgeving voor hemelwater en grondwater

Afkoppelen hemelwater

Om lozingen van hemelwater op het vuilwaterriool te veranderen wordt vaak gesproken over afkoppelen van zulke lozingen. De afweging wanneer en hoe bepaalde wijken hemelwater moeten afkoppelen, volgt uit het lokale beleid voor hemelwater dat is opgenomen in het gemeentelijk riolering plan (GRP). De gemeente kan ervoor kiezen om de zorg voor hemelwater neer te leggen bij de particulier (lozer). Bijvoorbeeld als er voldoende mogelijkheden zijn om dit water af te voeren richting oppervlaktewater of te infiltreren in de bodem, een wadi.

Een gemeente hoeft hierbij niet te kiezen voor het wettelijk spoor van een verordening. Via voorlichting kan de gemeente (en waterschap) uitleggen waarom een lozing van hemelwater op vuilwaterriool ongewenst is. Hierbij kan de gemeente verwijzen naar de inhoud van het GRP.

Bouwmetalen

Voor veel gebruikte bouwmetalen, zoals zinkendakgoten en loodslabben is al een beoordeling gedaan. Daarbij is beoordeeld of er niet teveel materiaal in het afstromende hemelwater terecht komt (door uitloging). Bij gebruik van gecertificeerde bouwmaterialen mag men hemelwater op de bodem of oppervlaktewater, hemelwaterriool lozen. De gecertificeerde bouwmaterialen kunnen herkend worden aan de CE-markering. Deze materialen gebruikt men bij huishoudens. Daarom staan er geen voorschriften in het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah).

Soms krijgen huizen een ongebruikelijke bouwconstructie. Bijvoorbeeld een gevel of dak dat vooral uit een uitloogbaar materiaal bestaat, zoals zink. Als het goed is heeft men bij de bouw gecertificeerde bouwmaterialen gebruikt. Toch kan bij controle blijken dat de lozing van vervuilende stoffen beduidend hoger is dan normaal. Als dit een gevaar is voor waterkwaliteitsdoelstellingen of bescherming van de bodem, zijn extra maatregelen gewenst. Het bevoegd gezag mag dan door artikel 4 lid 2 van het Blah een onderbouwde maatregel voorschrijven aan dat huishouden. De maatregel moet wel:

  • de uitloging beperken
  • de uitgeloogde stoffen voor de lozing tegenhouden

CE-markering

Zonder CE-markering mag een leverancier een product niet verkopen. De verplichtingen over CE-markering staan in de Europese Verordening Bouwproducten (305/2011/EEG). Op het contactpunt bouwproducten kunt u meer informatie vinden over de Europese Verordening Bouwproducten.

Bij de CE-markering hoort ook een prestatieverklaring. Deze legt uit wat het product doet en wat de eigenschappen zijn van het product. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT) ziet toe op de volledigheid en juistheid van deze gegeven informatie. Ook controleert ze de aanwezigheid van de CE-markering op bouwproducten. Ook een ander bevoegd gezag dan het ILenT kan aan een leverancier of fabrikant vragen om gegevens over de CE-markering. Dat mag op basis van artikel 11, lid 8 van de Europese Verordening Bouwproducten (305/2011/EEG).

Een ander bevoegd gezag dan ILenT mag dus ook informatie opvragen bij de leverancier of fabrikant wanneer dit nodig is. Wanneer blijkt dat een bouwproduct niet voldoet aan de CE-markering en of prestatieverklaring kan men dit melden bij de ILenT.

Het blijft de verantwoordelijkheid van een initiatiefnemer om een product op de juiste manier te gebruiken. Vanuit het Activiteitenbesluit kan een toezichthouder alleen tegen het gebruik van een bouwproduct door een initiatiefnemer handhaven. Alleen ILenT neemt maatregelen tegen de leverancier of fabrikant van een bouwproduct, als dit niet voldoet aan de CE-markering.

Zie ook


Uw onderwerpen