Lozen van hemelwater in de buitenruimte

In paragraaf 3.3 van het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) is het lozen van hemelwater in de buitenruimte, van de openbare weg, geregeld. Dit besluit geeft voorwaarden over lozingen vanaf:

  • wegen (Rijkswegen, provinciale, gemeentelijke en waterschapswegen),
  • bij de wegen horende bruggen, tunnels en andere kunstwerken,
  • pleinen,
  • winkelstraten en
  • overige verhardingen in het openbaar gebied.

Hemelwater wat afvloeit van deze verhardingen zal een beetje verontreinigd zijn. De oppervlakken waarover het hemelwater afvloeit zijn namelijk niet volledig schoon. Afhankelijk van het oppervlak en de te verwachten verontreiniging worden voorwaarden gesteld. De gemeenten zijn verplicht de zorg voor het hemelwater uit te werken in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP).

Uitgangspunt is dat het afvloeiend hemelwater in het milieu wordt gebracht naar de bodem of naar het oppervlaktewater. In veel gevallen wordt dit water afgevoerd via een apart hemelwaterriool wat in het oppervlaktewater uitkomt. Alleen wanneer wanneer deze manieren van lozen niet mogelijk zijn, mag geloosd worden in het vuilwaterriool. Er moeten soms wel praktische maatregelen getroffen worden om hemelwater schoon te houden voor terugbrengen in het milieu. Voor de te nemen maatregelen is de beheerder van het terrein/oppervlak verantwoordelijk.

Schematische weergave regelgeving voor hemelwater en grondwater

Het bevoegd gezag kan zo nodig de beheerder op grond van de zorgplichtbepaling (artikel 2.1 Blbi) aanspreken op het preventiegedrag. Eventueel kan het bevoegd gezag dit doen met een maatwerkvoorschrift. De maatregelen kunnen bijvoorbeeld inhouden:

  • het schoonhouden van het terrein
  • ervoor zorgen dat hemelwater niet in aanraking komt met milieugevaarlijke stoffen. Dit kan door opslag van stoffen af te dekken.
  • bij de keuze van materialen rekening houden met uitloging. Uitloging betekent dat stoffen uit deze materialen vrij kunnen komen wanneer het regent. Hierdoor wordt door hemelwater verontreinigd en komen deze stoffen in de bodem of het oppervlaktewater. Voor bouwstoffen is vaak onderzocht of uitloging kan plaatsvinden.
  • niet toepassen van middelen voor gewasbescherming op verhardingen wanneer regen wordt verwacht .

In het Blbi is het uitgangspunt dat ervoor wordt gezorgd dat hemelwater schoon blijft, de zorgplicht. Niet alle maatregelen die kunnen voorkomen dat hemelwater verontreinigd raakt zijn uitgeschreven in paragraaf 3.3. Voor hemelwater wat terecht komt op een bodembeschermende voorziening, een vloeistofdichte vloer, gelden andere eisen.

Voor lozingen die al bestonden voordat dit Blbi is opgesteld, 1juli 2011, mogen worden doorgezet op dezelfde manier. Dit is vastgelegd in het overgangsrecht in artikel 5.4 van het besluit.

De afweging wanneer en hoe om te gaan met hemelwater, volgt uit het lokale beleid voor hemelwater in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP).

Lozen van wegstromend wegwater.

Afvloeiend hemelwater van wegen bevat verontreinigingen afkomstig van bijvoorbeeld slijtage van autobanden en remvoeringen. Ook de toegepaste materialen op en bij de weg kunnen voor verontreiniging zorgen, onder andere door uitloging van de daarin toegepaste stoffen. Denk daarbij aan:

  • oppervlaktemateriaal van de weg
  • wegmeubilair,
  • geleiderail (vangrails) ,
  • lantarenpalen

Het Blbi stelt eisen aan het lozen van wegstromend wegwater van:

  • rijkswegen,
  • provinciale wegen,
  • bij behorende bruggen, viaducten,
  • andere kunstwerken buiten de bebouwde kom.

Gecontroleerd infiltreren in de bodem (de berm van de weg) de voorkeur heeft boven lozen in het oppervlaktewater. Lozingen in gemeentelijke stelsels buiten de bebouwde kom is zelden mogelijk. Lozing in een vuilwaterriool is alleen toegestaan als andere vormen niet mogelijk zijn.

Zorgplicht wegbeheerders

De eisen voor afstromend wegwater zijn niet uitputtend. Van wegbeheerders mag men verwachten dat ze bij aanleg, reconstructie en beheer van wegen rekening houden met de zorgplicht. Door good-housekeeping kan men namelijk verontreiniging van de bodem voorkomen. Bijvoorbeeld door:

  • het regelmatig schoonmaken van ZOAB,
  • goed en doelmatig beheer en onderhoud van opvangvijvers en
  • met zekere regelmaat afschrapen van de verontreiniging van bermen en zaksloten.

De verkeersintensiteit op gemeentelijke en waterschapswegen buiten de bebouwde kom is over het algemeen veel lager, zodat hiervoor geen voorschriften zijn opgenomen. Het lozen van wegstromend wegwater van deze wegen valt onder de zorgplicht van het besluit.

Het opvangen van wegstromend wegwater is onderdeel van de gemeentelijke zorgplicht voor afvloeiend hemelwater (artikel 3.5 Waterwet). In het stedelijk gebied geeft de gemeente invulling aan deze zorgplicht met het gemeentelijk rioolstelsel. De uitgangspunten zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP). Voor lozing van gemeentelijke wegen zijn geen voorschriften opgenomen in het Blbi, met uitzondering het lozen vanuit tunnels of verdiepte weggedeelten.

Overgangsrecht

Voor bestaande lozingen is overgangsrecht opgenomen in artikel 5.4 Blbi. De voorschriften voor rijkswegen en provinciale wegen gelden bij nieuwe situaties, bij aanleg en ingrijpende wijzigingen van die wegen. Er is er voor gekozen om deze lozingen in beginsel zonder verdere uitgewerkte voorschriften toe te staan. Achtergrond van deze keuze is:

  • lozing leidde niet tot onaanvaardbare situaties,
  • daar waar onaanvaardbare situaties bestonden zijn deze al opgelost door het nemen van maatregelen.

Op bestaande lozingen is de zorgplicht van toepassing. Als er toch nog onaanvaardbare situaties plaatsvinden, dan biedt de zorgplicht (en eventueel het daaraan gekoppelde maatwerk) de mogelijkheid om de lozingen aan te pakken.

Lozen vanuit een tunnel of verdiept weggedeelte

Bij tunnels of bij verdiepte wegen wordt het afstromend hemelwater verzameld op één punt. Tunnels hebben allemaal de beschikking over een grote pompkelder waarin het hemelwater wordt opgevangen. Deze pompkelder functioneert ook als bezinkbak, waarin de verontreiniging wordt afgevangen.

De dimensionering van de pompkelder en bezinkbak moet voldoen aan Europese richtlijnen. Deze hebben betrekking op de veiligheid van tunnels bij stortbuien. Bij een lozing vanuit een pompkelder is het wenselijk om de zogenaamde first flush op het vuilwaterriool te lozen. De first flush, of eerste waterstroom, bevat het meest vervuilde afstromend wegwater. (Bbli artikel 3.4) De afvoer van dit water kan alleen wanneer er in de nabijheid een vuilwaterriool aanwezig is. Met maatwerk kan mogelijk een andere voorziening worden vastgelegd. De rest van het hemelwater kan men dan zonder verdere voorzieningen lozen. Bij voorkeur in de lokale bodem of op oppervlaktewater of hemelwaterriool.

Lozen bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Professionele gebruikers mogen op grond van de Wet op de bestrijdingsmiddelen en biociden (Wgb) geen gewasbeschermingsmiddelen toepassen buiten de landbouw. Voor toepassing van gewasbeschermingsmiddelen zijn toepassingsvoorschriften gesteld in de Wgb. Wanneer gewasbescherming wel mag worden toegepast stelt het Blbi aanvullende eisen.

Gewasbeschermingsmiddelen, waaronder onkruidbestrijdingsmiddelen, mogen niet worden gebruikt in of nabij straatkolken of putten. Bij toepassing op half-open of gesloten verhardingen is het alleen toegestaan als sprake is van:

  1. pleksgewijze behandeling
  2. met selectieve toepassingstechnieken en
  3. de kans op neerslag voor een periode van 24 uur na het gebruik niet groter is dan 40% volgens het weerbericht.

Lozen bij opslaan en overslaan van goederen

Bij het op en overslaan van goederen zijn aparte voorschriften gesteld. Wanneer de op en overslag buiten bedrijven plaatsvindt dat geldt paragraaf 3.7 van het Blbi. Zie voor meer informatie het Handboek water: Op- en overslaan van goederen.


Uw onderwerpen