Lozen vanuit opslag agrarische bedrijfsstoffen

Bij deze activiteit gaat het om het lozen van afvalwater afkomstig van een bodembeschermende voorziening voor de opslag van agrarische bedrijfsstoffen.

Agrarische bedrijfsstoffen zijn:

  • niet-verpompbare dierlijke meststoffen (vaste mest, champost).
  • kuilvoer (ingekuild gras of ingekuilde mais).
  • bijvoedermiddelen die niet verpompbaar zijn (bijproducten).
  • afgedragen gewas en ander restmateriaal afkomstig van de teelt van gewassen (behalve hout- en snoeiafval).
  • substraatmateriaal van plantaardige oorsprong.
  • niet inert (geen bodembedreigende stof, geen gevaarlijke of CMR stof).

Als men niet oorspronkelijk plantaardig materiaal gebruikt als substraat of te wel groeimedium, is het geen agrarische bedrijfsstof. Substraatmatriaal zoals steenwol en glaswol moet men daarom behandelen volgens § 3.4.3 op- en overslaan van goederen.

Vindplaats

Het voorschrift voor het lozen van afvalwater dat vrijkomt bij het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen staat in artikel 3.47 en 3.49 van § 3.4.5 van het Activiteitenbesluit.

Voor deze activiteit heeft men alleen de lozing op het vuilwaterriool en de bodem geregeld. Voor lozingen in een hemelwaterriool moeten initiatiefnemers een maatwerkvoorschrift op basis van Artikel 2.2 Activiteitenbesluit aanvragen.

Voor een lozing in oppervlaktewater is een Waterwetvergunning nodig. De waterkwaliteitsbeheerder is in dat geval bevoegd gezag. Afhankelijk van de keur kan dit met een reguliere vergunning (korte procedure volgens de Algemene wet bestuursrecht).

Het is toegestaan afvalwater:

  • gelijkmatig te verspreiden over de bodem.
  • afkomstig van de opslag van kuilvoer in een vuilwaterriool te lozen. Maar alleen met maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.47 lid 2 Activiteitenbesluit.
  • afkomstig van de opslag van vaste mest in een vuilwaterriool te lozen. Maar alleen met maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.47 lid 2 Activiteitenbesluit.

Het streven is dat er zo weinig mogelijk afvalwater ontstaat. Wanneer men de agrarische bedrijfsstoffen op een absorberende vloer  opslaat voorkomt men contact met hemelwater. Wanneer men de agrarische bedrijfsstoffen opslaat op een vloeistofdichte vloer dan geleid men het water terug naar de opslagvoorziening.

Bij opslag van agrarische bedrijfsstoffen op onverhard oppervlak moet:

  • de opslag op een afstand van ten minste 5 meter vanaf de insteek van een oppervlaktewater (sloot) liggen
  • voorkomen worden dat hemelwater in contact komt met de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen. Dat betekent dat men de opslag afdekt.

Als het afvalwater aangemerkt is als meststof, dan is meststoffenwet van toepassing. Zie ook de pagina: Lozen vanuit agrarische inrichtingen.

De activiteit is geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit. Daarom gelden de voorschriften voor type B- en type C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden.

In de oorspronkelijke tekst van het Activiteitenbesluit is een nota van toelichting (pdf, 44 kB) opgenomen.

Foto kuilvoeropslagen (2) Foto kuilvoeropslagen (7)
agrarische bedrijfsstoffen

Substraatmateriaal

De definitie van agrarische bedrijfsstoffen is per 1 maart 2014 aangepast. Voor 1 maart 2014 omvatte de definitie van agrarische bedrijfsstoffen 'alle gebruikt substraatmateriaal'. Dit is aangepast naar 'alleen substraatmateriaal van plantaardige oorsprong' (Staatsblad 2014, nummer 20). Als men niet oorspronkelijk plantaardig materiaal gebruikt als substraat of te wel groeimedium, is het geen agrarische bedrijfsstof. Substraatmatriaal zoals steenwol en glaswol moet men daarom behandelen volgens § 3.4.3 op- en overslaan van goederen.

Voorbeelden van een substraat van een plantaardige oorsprong zijn: kokosvezel, veen en potgrond. Potgrond is een verzamelnaam en is een mengsel dat voor een groot deel bestaat uit veen. Afhankelijk van het gebruik wordt veen gemengd met producten zoals boomschors, kokos, compost, zand, meststoffen en kalk. Dit soort substraat valt daarom wel onder opslag agrarische bedrijfsstoffen.

Verboden en voorwaarden

Het is toegestaan afvalwater gelijkmatig te verspreiden over de bodem. Verboden is:

  • zonder maatwerkvoorschrift afvalwater op grond van artikel 3.47 lid 2 Activiteitenbesluit, afkomstig van de opslag van kuilvoer in een vuilwaterriool te lozen.
  • zonder maatwerkvoorschrift afvalwater op grond van artikel 3.47 lid 2 Activiteitenbesluit, afkomstig van de opslag van vaste mest in een vuilwaterriool te lozen.

De genoemde lozingsvoorwaarden voor vuilwaterriool gelden voor het gemeentelijk riool maar ook voor een particulier stelsel. Daarbij maakt het niet uit of het particuliere stelsel aansluit op het gemeentelijk riool of direct aansluit op een afvalwaterzuiveringsinstallatie. De lozingsvoorwaarden zijn namelijk bedoelt voor en de bescherming van het milieu, de waterzuivering én het rioolstelsel.

Controleaspecten

  1. Vindt opslag plaats op een bodembeschermende voorziening?
  2. Is een opvangvoorziening aanwezig?
  3. Wordt afvalwater op het vuilwaterriool geloosd?
  4. Hemelwater niet in contact met agrarische bedrijfsstoffen, afdekking
  5. Bij opslag van agrarische bedrijfsstoffen op onverhard oppervlak. Ligt de opslag op een afstand van ten minste 5 meter vanaf de insteek van een oppervlaktewater (sloot)?
  6. Is het afvalwater aangemerkt als meststof? LET OP: dan is meststoffenwet van toepassing. Zie ook de pagina: Lozen vanuit agrarische inrichtingen.

Uw onderwerpen