Lozen afvalwater sorteren gewassen

De activiteit omvat het lozen van afvalwater dat ontstaat bij het sorteren van gewassen.  Het gaat hier om sorteren en transport van eigen geteelde gewassen. Er mag ook sprake zijn van een beperkte hoeveelheid gewassen van derden. Deze activiteit vind dan ook niet altijd meer plaats op het bedrijf waar het gesorteerde gewas is geoogst.

Het spoelen van gewassen valt niet onder deze activiteit. Denk bij spoelen vooral aan het verwijderen van grond dat nog aan het geoogste gewas kleeft (tarragrond).  Ook gebeurd het spoelen vaak voordat er begonnen wordt met sorteren.

Vindplaats

Het voorschrift voor het lozen van afvalwater afkomstig van het sorteren van gewassen is opgenomen in artikel 3.105 van § 3.5.6 van het Activiteitenbesluit.

De lozingen zijn geregeld voor bodem, oppervlaktewater en riool. Zonder maatwerkvoorschrift (artikel 2.2 Activiteitenbesluit) is het verboden om in een hemelwaterriool te lozen.

Er gelden voor deze activiteit voorschriften voor de lozing op oppervlakte water. Daarnaast geldt dat men alleen in het oppervlaktewater mag lozen, als er binnen 40 meter geen vuilwaterriool is. Een tweede voorwaarde is dat men op het riool kan aansluiten. In sommige gevallen is wel een vuilwaterriool aanwezig, maar is de capaciteit niet toereikend en dat betekent dat niet 'kan' worden geloosd.

De afstand tot het riool meet men vanaf de kadastrale grens van het perceel. Men moet uitgaan van de kortste lijn waarlangs men afvoerleidingen zonder grote bezwaren kan aanleggen.

Bodem lozing

Het afvalwater dat vrijkomt bij het sorteren van gewassen mag men op de bodem lozen. De lozing mag alleen op de bodem waar de gesorteerde gewassen groeiden. Als dat niet mogelijk is, mag het ook op de bodem waar men gelijksoortige gewassen teelt. Het afvalwater moet men gelijkmatig verspreiden over het land waarop men de gewassen teelt (onverharde bodem).

Vuilwaterriool of oppervlaktewater lozing

Het afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteelde gewassen mag men ook in het vuilwaterriool of in oppervlaktewater lozen. Bij het lozen  moet men voldoen aan de lozingseisen:

Lozingseisen voor Oppervalkte water en riool
Biologisch geteeld? Oppervlaktewater Vuilwaterriool
Wel ten hoogste 100 mg/l onopgeloste stoffen 300 mg/l onopgeloste stoffen
Wel ten hoogste 300 mg/l CZV
Wel ten hoogste 60 mg/l BZV
Niet ten hoogste vergunning aanvragen 5% Chemische gewasbeschermingsmiddelen en of biociden
Niet ten hoogste vergunning aanvragen 300 mg/l onopgeloste stoffen

Het afvalwater afkomstig van het sorteren van niet biologisch geteelde gewassen mag men alleen via een zuiveringsvoorziening in het vuilwaterriool lozen. Deze zuiveringsvoorziening verwijderd ten minste 95% van de gewasbeschermingsmiddelen. Tot 1 januari 2017 geldt er overgangsrecht voor de zuiveringsvoorziening. Dit overgangsrecht geldt alleen in die gevallen waarbij men gewassen sorteert die uitsluitend of in hoofdzaak afkomstig zijn van derden.

Voor het lozen van afvalwater afkomstig van het sorteren van niet biologisch geteelde gewassen oppervlaktewater heeft men een watervergunning nodig om te mogen lozen.

De activiteit is geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit. Daarom gelden de voorschriften voor type B- en type C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden.

In de oorspronkelijke tekst van het Activiteitenbesluit is een nota van toelichting (pdf, 87 kB) opgenomen.

Zuiveringsvoorziening voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Een zuiveringsvoorziening voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden is voorgeschreven bij een afvalwaterlozing, waarin deze middelen kunnen zitten. Een zuiveringsvoorziening moet ten minste 95% van de gewasbeschermingsmiddelen uit het afvalwater verwijderen, goed toegankelijk zijn en zo vaak als voor de goede werking daarvan nodig is worden onderhouden.

Een zuivering is een procesinstallatie. En is een geheel van een aantal buffertanks, eventuele begietingsbakken, filtratiesystemen en leidingen. Het afvalwater wordt hierin gerecirculeerd tot de gewasbeschermingsmiddelen zijn afgebroken in een filter of infiltratiebak.

De zuivering van gewasbeschermingsmiddelen en biociden kan op verschillende manieren. Men kan dit type afvalwater zuiveren met hulp van:

  • biologische technieken
  • fysisch-chemische technieken, zoals actief koolfilter, oxidatie en membraanfiltratie

Biologische zuivering is voor agrarische bedrijven een aantrekkelijke optie voor verwerking van relatief kleine hoeveelheden afvalwater. Denk daarbij aan maximaal 30 m3 ongezuiverd afvalwater per jaar.

Meerdere typen installaties (zoals de Fytobak, Biofilter en Phytobac) zijn aantoonbaar effectief voor de biologische zuivering van dit type afvalwater. Onderzoek heeft aangetoond dat deze systemen gemiddeld voor 95% tot 99% van de gewasbeschermingsmiddelen uit het water verwijderen. Meer informatie hierover is te vinden in de Handleiding Fytobak en Biofilter; werking, constructie en het gebruik voor afvalwater verontreinigd met gewasbeschermingsmiddelen door WageningenUR/PPO Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit, januari 2013.

Bijzonder is dat er bij een aantal ingezette zuiveringsvoorzieningen uiteindelijk geen lozing meer plaatsvindt, naar de bodem, oppervlaktewater of riool.

Als een biologische zuiveringsvoorziening wordt toegepast, gelden aanvullende eisen:

  • Contact van het afvalwater met de bodem moet worden voorkomen.
  • De zuiveringsvoorziening heeft een bufferopslag en doseereenheid. Daarmee verspreid men het afvalwater geleidelijk en gelijkmatig over het oppervlak van het zuiveringsmateriaal. Deze combinatie zorgt er voor dat de zuiveringscapaciteit  van de installatie niet wordt overschreden.
  • De zuiveringsvoorziening moet voldoende groot zijn voor de behandeling van de afvalwaterstroom die jaarlijks vrijkomt. Op verzoek van het bevoegd gezag moet het bedrijf dit kunnen aantonen met een capaciteitsberekening.

Olieafscheider

Een zuiveringsvoorziening werkt niet goed als er teveel olie in het toegevoerde afvalwater aanwezig is. Het kan daarom nodig zijn dat er een olieafscheider voor de zuiveringsvoorziening noodzakelijk is.

Voor het lozen van afvalwater afkomstig van de activiteit geldt een norm van 20 milligram olie per liter en 300 milligram onopgeloste stoffen per liter. Wanneer niet met preventieve maatregelen kan worden voorkomen dat olie in het afvalwater terecht komt, kan een olieafscheider en slibvangput geplaatst worden. Deze moeten voldoen aan NEN-EN 858. Als het afvalwater wordt geleid door een olieafscheider dan geldt niet de norm van 20 milligram olie per liter, maar van 200 milligram per liter. Het afvalwater moet altijd bemonsterd kunnen worden.

Verboden en voorwaarden

Het afvalwater dat vrijkomt bij het sorteren van gewassen mag men lozen.

Op de bodem lozen

De lozing mag alleen op de bodem waar de gesorteerde gewassen groeiden. Als dat niet mogelijk is, mag het ook op de bodem waar men gelijksoortige gewassen teelt. Het afvalwater moet men gelijkmatig verspreiden over het land waarop men de gewassen teelt (onverharde bodem).

Op Vuilwaterriool of oppervlaktewater lozen

Biologisch geteeld

Bij het lozen op oppervlaktewater moet men voldoen aan de lozingseisen:

  • ten hoogste 100 mg/l onopgeloste stoffen
  • ten hoogste 300 mg/l CZV
  • ten hoogste 60 mg/l BZV.

Bij het lozen op vuilwaterriool moet men aan de lozingseisen voldoen:

  • ten hoogste 300 mg/l onopgeloste stoffen

Niet biologisch geteeld

Het lozen in oppervlaktewater zonder waterwetverguning is niet toegestaan. Bij het lozen op vuilwaterriool moet men aan de lozingseisen voldoen:

  • ten hoogste 300 mg/l onopgeloste stoffen
  • gebruik van een zuiveringsvoorziening die ten minste 95% van de chmische gewasbeschermingsmiddelen en biociden verwijdert

Normen

Lozingsnormen voor afvalwater gelden op moment dat afvalwater vrijkomt.  Verdunnen van afvalwater is in strijd met een algemeen beginsel van de Wet milieubeheer artikel 10.29a : het beperken van het gebruik van grondstoffen (in dit geval water).

Voor het verlenen van vergunningen is een instructieregel hiervoor opgenomen in artikel 5.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (BOR).

In de lozingenbesluiten is het verbod tot verdunnen opgenomen in artikel 2.2a van het activiteitenbesluit of 2.3 Besluit lozen buiten inrichtingen. Uit oogpunt van doelmatigheid kan dit aangepast worden, bijvoorbeeld omdat het afvalwater door eenzelfde zuiveringsvoorziening kan worden geleid.

Als een bedrijf een lozingsnorm overschrijdt, dan zal dat bedrijf het productieproces moeten aanpassen of het afvalwater (voor)zuiveren voor een lozing.

De genoemde lozingsvoorwaarden voor vuilwaterriool gelden voor het gemeentelijk riool maar ook voor een particulier stelsel. Daarbij maakt het niet uit of het particuliere stelsel aansluit op het gemeentelijk riool of direct aansluit op een afvalwaterzuiveringsinstallatie. De lozingsvoorwaarden zijn namelijk bedoelt voor en de bescherming van het milieu, de waterzuivering én het rioolstelsel.

Controleaspecten

  1. Vindt lozen op of in de bodem plaats daar waar de gewassen of gelijksoortige gewassen zijn geteeld?
  2. Is sprake van biologisch geteelde gewassen (SKAL-certificaat). Wordt aan de lozingseisen voldaan bij lozen op riool? Wordt aan de lozingseisen voldaan bij lozen op oppervlaktewater?
  3. Is sprake van niet biologisch geteelde gewassen (geen SKAL-certificaat).  Wordt aan de lozingseisen voldaan bij lozen op riool? Bij lozen op oppervlaktewater: is er een waterwetvergunning?

Olie-afscheider en slibvangput aanwezig?

In het handboek water is alle informatie over olie-afscheider en slibvangput te vinden. Daar vind u ook informatie overcontrole aspecten,  monstername en informatie over capaciteitsberekeningen en achtergrond informatie over olie-afscheiders en slibvangputten.


Uw onderwerpen