Lozen uitwendig reinigen voertuigen agrarisch

wasplaats

Deze activiteit omvat eigenlijk twee activiteiten:

  • het uitwendig wassen van motorvoertuigen of werktuigen
  • stallen van werktuigen waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt.

In het Activiteitenbesluit wordt verschil gemaakt in het wassen van motorvoertuigen of werktuigen die voor andere doeleinden zijn gebruikt, of waar gewasbescherming is gebruikt.

Onder werktuigen valt spuitapparatuur, zoals spuitbomen en een spuittank.

Bij het reinigen van voertuigen met gewasbescherming wordt een zuiveringsinstallatie gebruikt. De artikelen voor de behandeling van waswater, de zuivering en de wasplaats zijn ook op deze situatie bedoeld. Bij de biologische zuiveringsinstallatie wordt waswater gebruikt voor groei van het gewas zodat er uiteindelijk geen lozing meer plaatsvindt.

De voorschriften in deze paragraaf 3.3.2 zijn niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het inwendig reinigen. Dat is geregeld in een andere paragraaf 4.8.1 van het Activiteitenbesluit.

Vindplaats

De voorschriften voor het lozen van afvalwater afkomstig van het uitwendig wassen staan in artikel 3.23a t/m 3.25 en 6.22c van § 3.3.2 van het Activiteitenbesluit.

Verboden en voorwaarden

De voertuigen en werktuigen, waarmee men gewasbeschermingsmiddelen toepast dient men te stallen op een verharde vloer. Op deze stallingsplek mogen deze type machines niet met regenwater in contact komen.

In het Activiteitenbesluit is er verschil in het wassen van:

  • motorvoertuigen of werktuigen die zijn gebruikt voor het toepassen van (chemische) gewasbeschermingsmiddelen (gwbm) en motorvoertuigen
  • werktuigen die voor andere doeleinden zijn gebruikt.

Voor het lozen op het vuilwaterriool gelden verschillende eisen, zodat een wasplaats niet voor beide doeleinden bruikbaar is.

Voorschriften

Zonder gwbm

Met gwbm

Vuilwaterriool

Vanaf bodembeschermende voorziening:

  • 300 mg/l onopgeloste stoffen
  • 20 mg/l olie of 200 mg/l olie met olie-afscheider

Vanaf bodembeschermende voorziening

  • zuiveringsvoorziening
  • 300 mg/l onopgeloste stoffen
  • 20 mg/l olie of 200 mg/l olie met olie-afscheider

Oppervlaktewater

Watervergunning

Watervergunning

Hemelwaterriool

Maatwerkvoorschrift

Maatwerkvoorschrift

Bodem

Zonder bodembeschermde voorziening

  • maximaal een voer/werktuig per week

Zonder bodembeschermende voorziening

  • op perceel waarop ook toepassing gwbm
  • of Maximaal 2 werktuigen per jaar

Vanaf bodembeschermende voorziening

  • zuiveringsvoorziening
  • 20 mg/l olie met gelijkmatige verspreiding over onverharde bodem

Voor deze activiteit heeft men alleen de lozing op het vuilwaterriool en de bodem geregeld. Voor lozingen in een hemelwaterriool moeten initiatiefnemers een maatwerkvoorschrift op basis van Artikel 2.2 Activiteitenbesluit aanvragen.

Voor een lozing in oppervlaktewater is een Waterwetvergunning nodig. De waterkwaliteitsbeheerder is in dat geval bevoegd gezag. Afhankelijk van de keur kan dit met een reguliere vergunning (korte procedure volgens de Algemene wet bestuursrecht).

Lozen afvalwater met gewasbeschermingsmiddelen

Het afvalwater afkomstig van het uitwendig reinigen van werktuigen, waarmee gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen zijn toegepast, mag men lozen:

  • op of in de bodem over het perceel waar de gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen zijn toegepast. Het afvalwater moet gelijkmatig verspreid worden
  • via een zuiveringsvoorziening dat ten minste 95% van de gewasbeschermingsmiddelen verwijderd, op of in de bodem of in het vuilwaterriool.

De activiteit is geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit. Daarom gelden de voorschriften voor type B- en type C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden.

Bij de wijziging van § 3.3.2 op 1 januari 2013, waarbij de agrarische activiteiten zijn ingevoegd, is een nota van toelichting (pdf, 253 kB) opgenomen. Deze is hier verwerkt.

Zuiveringsvoorziening voor gewasbescherming

Een zuiveringsvoorziening voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden is voorgeschreven bij een afvalwaterlozing, waarin deze middelen kunnen zitten. Een zuiveringsvoorziening moet ten minste 95% van de gewasbeschermingsmiddelen uit het afvalwater verwijderen, goed toegankelijk zijn en zo vaak als voor de goede werking daarvan nodig is worden onderhouden.

Een zuivering is een procesinstallatie. En is een geheel van een aantal buffertanks, eventuele begietingsbakken, filtratiesystemen en leidingen. Het afvalwater wordt hierin gerecirculeerd tot de gewasbeschermingsmiddelen zijn afgebroken in een filter of infiltratiebak.

De zuivering van gewasbeschermingsmiddelen en biociden kan op verschillende manieren. Men kan dit type afvalwater zuiveren met hulp van:

  • biologische technieken
  • fysisch-chemische technieken, zoals actief koolfilter, oxidatie en membraanfiltratie

Biologische zuivering is voor agrarische bedrijven een aantrekkelijke optie voor verwerking van relatief kleine hoeveelheden afvalwater. Denk daarbij aan maximaal 30 m3 ongezuiverd afvalwater per jaar.

Meerdere typen installaties (zoals de Fytobak, Biofilter en Phytobac) zijn aantoonbaar effectief voor de biologische zuivering van dit type afvalwater. Onderzoek heeft aangetoond dat deze systemen gemiddeld voor 95% tot 99% van de gewasbeschermingsmiddelen uit het water verwijderen. Meer informatie hierover is te vinden in de Handleiding Fytobak en Biofilter; werking, constructie en het gebruik voor afvalwater verontreinigd met gewasbeschermingsmiddelen door WageningenUR/PPO Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit, januari 2013.

Bijzonder is dat er bij een aantal ingezette zuiveringsvoorzieningen uiteindelijk geen lozing meer plaatsvindt, naar de bodem, oppervlaktewater of riool.

Als een biologische zuiveringsvoorziening wordt toegepast, gelden aanvullende eisen:

  • Contact van het afvalwater met de bodem moet worden voorkomen.
  • De zuiveringsvoorziening heeft een bufferopslag en doseereenheid. Daarmee verspreid men het afvalwater geleidelijk en gelijkmatig over het oppervlak van het zuiveringsmateriaal. Deze combinatie zorgt er voor dat de zuiveringscapaciteit  van de installatie niet wordt overschreden.
  • De zuiveringsvoorziening moet voldoende groot zijn voor de behandeling van de afvalwaterstroom die jaarlijks vrijkomt. Op verzoek van het bevoegd gezag moet het bedrijf dit kunnen aantonen met een capaciteitsberekening.

Olie-afscheider

Een zuiveringsvoorziening werkt niet goed als er teveel olie in het toegevoerde afvalwater aanwezig is. Het kan daarom nodig zijn dat er een olieafscheider voor de zuiveringsvoorziening nodig is.

Voor het lozen van afvalwater afkomstig van de activiteit geldt een norm van 20 milligram olie per liter en 300 milligram onopgeloste stoffen per liter. Wanneer niet met preventieve maatregelen kan worden voorkomen dat olie in het afvalwater terecht komt, kan een olieafscheider en slibvangput geplaatst worden. Deze moeten voldoen aan NEN-EN 858. Als het afvalwater wordt geleid door een olieafscheider dan geldt niet de norm van 20 milligram olie per liter, maar van 200 milligram per liter. Het afvalwater moet altijd bemonsterd kunnen worden.

Stallen voertuigen of werktuigen waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast

Voertuigen of werktuigen waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast moeten worden gestald op een verharde vloer.
Daarnaast moet ervoor worden gezorgd dat het hemelwater niet in contact kan komen met de toegepaste gewasbeschermingsmiddelen. Dit kan bereikt worden door deze motorvoertuigen of werktuigen af te dekken of onder een overkapping te stallen.

Controleaspecten

  1. Staan voertuigen en werktuigen, waarmee gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast gestald op een verharde vloer? En zijn deze motorvoertuigen of werktuigen af gedekt of staan ze onder een overkapping?
  2. Worden voertuigen en werktuigen, waarmee gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, uitwendig gewassen?
  3. Vindt het reinigen plaats op het perceel waar de gewasbeschermingmiddelen zijn toegepast?
  4. Worden (bij de inrichting) meer dan twee voertuigen per jaar gewassen?
  5. Is bij het lozen op of in de bodem of in het vuilwaterriool een zuiveringsvoorziening aanwezig met een bufferopslag en doseerunit? En is de capaciteit van de zuiveringsvoorziening voldoende voor de jaarlijkse afvalwaterstroom (capaciteitsberekening aanwezig)?
  6. Is er een olie-afscheider en slibvangput aanwezig?

Olie-afscheider en slibvangput aanwezig?

In het handboek water is alle informatie over olie-afscheider en slibvangput te vinden. Daar vind u ook informatie overcontrole aspecten,  monstername en informatie over capaciteitsberekeningen en achtergrond informatie over olie-afscheiders en slibvangputten.


Uw onderwerpen