Luchtvoorschriften voor de vellenoffset

De luchtvoorschriften in het Activiteitenbesluit voor de activiteit 'vellenoffset druktechniek' gaan over VOS, stof en geur.

vellenoffset druktechniek

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Bij vellenoffset komen veel vluchtige organische stoffen (VOS) vrij. Alleen boven een verbruik van 1.000 kg VOS per jaar zijn er VOS-eisen.

1000 kg verbruiksdrempel

Een bedrijf dat onder deze verbruiksdrempel zit, moet wel altijd met in- en verkoopgegevens kunnen aantonen dat het verbruik inderdaad onder de 1.000 kg blijft. Zie Vraag en antwoord VOS-verbruik voor meer informatie over de bepaling van het verbruik.

Als het verbruik van VOS-houdende inkt groter is dan 1.000 kg per jaar gelden de volgende eisen:

  1. Er zijn eisen aan het vochtwater. In het vochtwater moeten stoffen worden toegepast met zo weinig mogelijk VOS.
  2. Het bedrijf moet maatregelen nemen in de bedrijfsvoering om onnodige emissies te voorkomen.
  3. Grootverbruikers kunnen te maken krijgen met afdeling 2.11 van het Activiteitenbesluit over oplosmiddeleninstallaties.

Plan met maatregelen

Als het verbruik van VOS-houdende inkt groter is dan 1.000 kg per jaar moet ook een plan worden opgesteld waarin de maatregelen ter reductie van VOS in het vochtwater staan. Dit plan moet elke twee jaar worden geactualiseerd.

Als de emissiereducerende maatregelen niet of onvoldoende zijn getroffen, moet het bedrijf motiveren waarom dit zo is. Bij de motivatie wordt de kosteneffectiviteit en de technische uitvoerbaarheid van de maatregelen betrokken.

Oplosmiddeleninstallaties

Als een van de drempelwaarden voor oplosmiddeleninstallaties wordt overschreden, gelden voor VOS de voorschriften uit afdeling 2.11 en niet de VOS-voorschriften in hoofdstuk 3 of 4. Ongeveer 500 bedrijven in Nederland hebben te maken met deze afdeling.

Deze afdeling is van toepassing als het bedrukken plaatsvindt in samenhang met het coaten van het substraat met een verbruik van meer dan 5.000 kg VOS per jaar. Dan gelden voor het bedrukken met vellenoffset en het reinigen van de daarbij gebruikte apparatuur de VOS-eisen van 2.11 in plaats van die van hoofdstuk 4. Voor de andere activiteiten blijven de VOS-eisen van hoofdstuk 4 gelden.

Bronafzuiging

Het gebruik van anti-smetpoeder bij vellenoffset-drukpersen kan leiden tot de uitstoot van stof.

Bronafzuiging is bij deze activiteit(en) verplicht, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is. Het bedrijf moet de afgezogen emissies doelmatig afvoeren. Ruimteafzuiging is ook doelmatige bronafzuiging als de activiteiten in een afgesloten ruimte plaatsvinden.

Voorbeelden van situaties waarbij bronafzuiging niet altijd redelijk is:

  • De werkstukken zijn zo groot dat de emissie niet, of zeer slecht, met bronafzuiging bereikbaar is.
  • De activiteiten hebben een niet-plaatsgebonden karakter. Hierbij moet het bedrijf de (niet in de apparatuur geïntegreerde) bronafzuiging gemiddeld meer dan 10 keer per uur meeverplaatsen.
  • Er is alleen emissie van grof stof, dat zich niet binnen de inrichting verspreid.
  • De activiteiten hebben een incidenteel en/of kleinschalig karakter.
  • De uitvoering van de activiteiten vindt plaats in een gesloten systeem. Hierbij komen alleen kleine restemissies vrij.

Afvoerpunt en maatwerk

Het bedrijf moet emissies naar de buitenlucht bovendaks en omhoog gericht afvoeren. Dit voorschrift geldt als er binnen 50 meter van het afvoerpunt gevoelige gebouwen liggen. Dit voorschrift geldt niet voor gevoelige gebouwen op een gezoneerd industrieterrein of bedrijventerrein met minder dan 1 gevoelig gebouw per hectare. Ook geldt dit voorschrift niet voor een bedrijf dat al bestond toen het Activiteitenbesluit in werking trad.  Voorwaarde is wel dat het bedrijf zijn activiteit niet gewijzigd heeft.

In het belang van de luchtkwaliteit kan het bevoegd gezag bij maatwerk voorschriften stellen aan de ligging en uitvoering van het afvoerpunt. Dit is ook mogelijk voor een bedrijf dat al bestond toen het Activiteitenbesluit in werking trad. Een voorbeeld van een maatwerkvoorschrift is het verhogen van de afvoerhoogte om te zorgen voor een betere verspreiding van afgezogen dampen en gassen.

Emissiegrenswaarde stof en maatregelen

Artikel 4.94 van het besluit geeft een emissiegrenswaarde voor stof.

De emissiegrenswaarde voor stof is maximaal:

  • 5 mg/Nm3 bij een grensmassastroom ≥ 200 g/u
  • 50 mg/Nm3 bij een grensmassastroom < 200 g/u

De sommatiemethode is van toepassing.

Als het bedrijf de emissies afzuigt en leidt door een doelmatige filtrerende afscheider voldoet het bedrijf aan de emissiegrenswaarde van het Activiteitenbesluit. Dit is een erkende maatregel. De filtrerende afscheider:

  • is goed gedimensioneerd
  • verkeert in een goede staat van onderhoud
  • wordt periodiek gecontroleerd
  • wordt zo vaak als nodig schoongemaakt en vervangen

De eisen zijn niet van toepassing als de activiteit in de buitenlucht mag plaatsvinden.

Aan de emissie-eis voldoet het bedrijf ook als het minder dan 500 kg anti-smetpoeder per jaar gebruikt.

Erkende maatregel

Het uitgangspunt is dat het bedrijf met het nemen van de erkende maatregelen uit de Activiteitenregeling voldoet aan de emissiegrenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De toezichthouder controleert in dat geval op de aanwezigheid en goede werking van de erkende maatregel.

Heeft het bedrijf de erkende maatregelen niet of onvoldoende uitgevoerd, dan toont het bedrijf aan:

  • dat de emissie de emissiegrenswaarde niet overschrijdt
  • of dat de emissie niet relevant is

Aantonen kan bijvoorbeeld met metingen of berekeningen. De aantoonplicht volgt uit artikel 2.8 lid 1b van het Activiteitenbesluit. Zie ook de informatie op de pagina Toezicht bij hoofdstuk 3 en 4 activiteiten.

Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid bij maatwerk eisen te stellen aan de controle en onderhoud van de emissiebeperkende techniek of aan de controle van de emissies. Dit volgt uit artikel 2.7 lid 8 en 9 van het Activiteitenbesluit.

Geur: afvoerpijp

Het bedrijf heeft bij oprichting of wijziging van zijn activiteit een afvoerpijp van 2 meter bovendaks binnen een straal van 25 meter.

Dit voorschrift geldt ook als zich binnen een straal van 25 meter rond het bedrijf geen andere gebouwen bevinden. Of een geurgevoelig object zich in de nabijheid van het bedrijf bevindt is bij dit voorschrift niet relevant.

Deze eisen gelden niet als het bedrijf zich bevindt op een gezoneerd industrieterrein of op een bedrijventerrein met minder dan één gevoelig gebouw per hectare.

Maatwerk voor geur

De activiteit voldoet aan de vereiste afvoerhoogte of een doelmatige ontgeuringsinstallatie, maar er is toch sprake van onaanvaardbare geurhinder. Dan kan het bevoegd gezag via een maatwerkbesluit aanvullende eisen stellen. Deze eisen kunnen gaan over:

  • de plaatsing van de afvoerpijp
  • het voorkomen van diffuse emissies
  • het beperken van incidentele geurpieken tot bepaalde tijdstippen

Bij besluitvorming hierover betrekt het bevoegd gezag de geuraspecten uit artikel 2.7a lid 3 van het Activiteitenbesluit. Meer informatie hierover staat in de handleiding geur.

Geur uitputtend geregeld

Voor het voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder moet de activiteit tenminste voldoen aan de voorschriften die staan in de Activiteitenregeling. Geur is voor deze activiteit uitputtend geregeld. Maatwerk voor geur op basis van artikel 2.7a of het zorgplichtartikel is niet mogelijk.

Overgangsrecht geur

Het geurvoorschrift (afvoerpijp) geldt niet voor een bedrijf dat al bestond toen het Activiteitenbesluit in werking trad. Wel kan het bevoegd gezag ook aan deze bedrijven aanvullend maatwerk stellen. Voorwaarde is wel dat overschrijding van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur plaatsvindt.


Uw onderwerpen

zeefdrukken

zeefdrukken

rotatieoffset druktechniek

rotatieoffset druktechniek

flexodruk of verpakkingsdiepdruk

flexodruk of verpakkingsdiepdruk