Gelijkwaardige voorziening

Gelijkwaardige voorziening

Activiteitenbesluit

Inhoud pagina: Gelijkwaardige voorziening

Werkgroep Beoordeling Gelijkwaardigheid  

Gemeenten, provincies en waterkwaliteitsbeheerders kunnen van de Werkgroep Beoordeling Gelijkwaardigheid advies krijgen als zij verzoeken beoordelen van bedrijven om andere maatregelen toe te passen dan zijn voorgeschreven in het Activiteitenbesluit.

De Werkgroep Beoordeling Gelijkwaardigheid, die al was aangekondigd in de nota van toelichting bij het Activiteitenbesluit, is sinds 1 augustus 2009 beschikbaar om het bevoegd gezag te adviseren over de gelijkwaardigheid van alternatieven voor verplichte en erkende maatregelen. Ook het ministerie van Infrastructuur en Milieu kan de werkgroep raadplegen voor advies over opname van nieuwe maatregelen in de regeling bij het Activiteitenbesluit.

Verplichte en erkende maatregelen

In het Activiteitenbesluit is onderscheid gemaakt tussen verplichte en erkende maatregelen. Bedrijven mogen in beide gevallen alternatieve maatregelen toepassen op voorwaarde dat deze gelijkwaardig zijn aan de maatregel die is voorgeschreven in het Activiteitenbesluit.

Verplichte maatregelen

In artikel 1.8 Activiteitenbesluit is het zogenaamde gelijkwaardigheidsbeginsel neergelegd voor verplichte maatregelen. Het gelijkwaardigheidsbeginsel houdt in dat degene die een inrichting drijft andere, gelijkwaardige maatregelen kan treffen dan de in het besluit of de regeling opgenomen verplichte maatregelen.
Voor het toepassen daarvan moet het bedrijf vooraf toestemming krijgen van het bevoegd gezag.

Degene die een alternatieve maatregel wil toepassen dient dit op grond van artikel 8.40a, tweede lid Wm vóór toepassing tijdig voor te leggen aan het bevoegd gezag. Het bedrijf moet dan kunnen aantonen dat de alternatieve maatregel gelijkwaardig is aan de verplicht voorgeschreven maatregel.

Het bevoegd gezag neemt een besluit op grond van de overgelegde gegevens.

In sommige gevallen kan voor de inhoudelijke beoordeling expertise nodig zijn die niet binnen het bevoegd gezag aanwezig is. In de nota van toelichting bij het Activiteitenbesluit is aangegeven dat het bevoegd gezag in dat soort gevallen advies kan vragen aan een werkgroep "gelijkwaardige beoordeling".

Op een aanvraag van een bedrijf voor het mogen toepassen van een andere dan een verplichte maatregel moet het bevoegd gezag binnen 8 weken een besluit nemen. Deze termijn kan ten hoogste 6 weken worden verlengd.

Erkende maatregelen

Erkende maatregelen zijn maatregelen waarvan vastgesteld is dat, mits op een goede wijze uitgevoerd, voldaan wordt aan het doelvoorschrift waarvoor de erkende maatregel is bedoeld.

Voor het toepassen van andere dan erkende maatregelen is geen toestemming vooraf nodig.

Indien een ondernemer een andere dan een erkende maatregel heeft toegepast, moet het bevoegd gezag aan de hand van het relevante doelvoorschrift (achteraf in het kader van handhaving) beoordelen of er sprake is van gelijkwaardigheid.
Op grond van artikel 2.8 heeft het bedrijf op verzoek van het bevoegd gezag een eenmalige aantoonplicht. Zie ook de vragen en antwoorden over erkende en verplichte maatregelen

Ook bij erkende maatregelen kan het gaan om aspecten waarvoor de benodigde expertise bij het bevoegd gezag ontbreekt. Het bevoegd gezag kan ook hier advies inwinnen bij de werkgroep.

Voor het toetsen van de gelijkwaardigheid van andere dan erkende maatregelen bestaat geen wettelijke behandelingstermijn. Uit het oogpunt van efficiëntie hanteert de werkgroep de termijnen die gelden voor advisering over andere dan verplichte maatregelen als streeftermijnen voor advisering over andere dan erkende maatregelen.

Werkwijze

Het bevoegd gezag kan een verzoek om advies elektronisch indienen via het formulier verzoek om advies beoordeling gelijkwaardigheid. De keuze om de werkgroep te raadplegen maakt het bevoegd gezag zelf, het is dus niet verplicht. Omdat de adviesaanvragen zeer uiteenlopend van aard kunnen zijn, heeft de werkgroep een wisselende samenstelling. De coördinator van de werkgroep benadert per verzoek minimaal twee ter zake deskundigen uit een deskundigenpool. De deskundigenpool wordt in overleg met het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de betrokken koepelorganisaties van overheid en bedrijfsleven samengesteld en beheerd.

Als het om een aanvraag om het toepassen van een andere dan een verplichte maatregel gaat, moet het bevoegd gezag binnen 8 weken een besluit nemen. Als het bevoegd gezag advies van de werkgroep vraagt, wordt sterk aanbevolen om gebruik te maken van de mogelijkheid om de termijn van deze procedure met 6 weken te verlengen. (art. 8.40a Wm/ art. 1.8 Activiteitenbesluit).

De werkgroep streeft ernaar om verzoeken, die in behandeling kunnen worden genomen, binnen de wettelijke termijnen af te handelen. De indiener moet het verzoek daarom zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 5 werkdagen na ontvangst van de aanvraag, indienen bij de werkgroep. De indiener ontvangt tijdig bericht als afhandeling binnen de wettelijke termijnen niet mogelijk blijkt.

Gelet op deze wettelijke termijn en de noodzaak om te komen tot een ontvankelijke aanvraag verdient het aanbeveling om bij twijfel over de aan te leveren stukken in een eerder stadium in het kader van vooroverleg al contact op te nemen met de werkgroep.

Na het digitaal indienen van een verzoek krijgt de indiener binnen 10 werkdagen bericht of het verzoek in behandeling kan worden genomen (zie eisen aan verzoek).

Eisen aan verzoek

Verzoeken tot advies over gelijkwaardigheid kunnen alleen door de werkgroep in behandeling worden genomen als deze volledig en voldoende onderbouwd zijn. In geval van alternatieven voor verplichte maatregelen en erkende maatregelen moet de gelijkwaardigheid objectief aangetoond zijn. Bij erkende maatregelen is dit mogelijk door te toetsen aan het gekwantificeerde doelvoorschrift uit het besluit. Bij verplichte maatregelen kan niet getoetst worden aan een gekwantificeerd doelvoorschrift en moet aangetoond zijn dat de alternatieve maatregel een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu biedt als de verplichte maatregel.

Voor het aantonen van gelijkwaardigheid kunnen bijvoorbeeld de volgende gegevens nodig zijn:

  • representatieve meetgegevens,
  • onderbouwde berekeningen,
  • analyse van technische specificaties of
  • risico-analyses.

De eventueel benodigde onderzoeksrapporten moeten onderdeel uitmaken van de adviesaanvraag.

Indien de gegevens niet volledig zijn of van onvoldoende kwaliteit voor objectieve beoordeling van gelijkwaardigheid, dan kan de werkgroep het verzoek niet in behandeling nemen. De werkgroep zal dan aan de indiener kenbaar maken welke gegevens nodig zijn om het verzoek wel in behandeling te kunnen nemen.

Het Advies

Het advies van de werkgroep is positief of negatief en wordt altijd gemotiveerd. Het bevoegd gezag is niet gebonden aan het advies, maar moet er wel rekening mee houden. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag in de motivering van een besluit verplicht is om in te gaan op het advies en de manier waarop daarmee in de besluitvorming is omgegaan.

wetgeving en handhaving

Verzoek om advies van de werkgroep

Het indienen van een verzoek om advies van de Werkgroep Beoordeling Gelijkwaardigheid is alleen mogelijk voor het bevoegd gezag.

> een verzoek om advies indienen

 

Kenniscentrum InfoMil