Landbouw - Overige : Te beschermen objecten of gebieden in het buitenland
Inhoud pagina: Landbouw - Overige : Te beschermen objecten of gebieden in het buitenland
Vraag
In hoeverre dienen gevoelige objecten of gebieden in het buitenland beschermd te worden tegen de emissie van stank of ammoniak van een veehouderij?
Antwoord
Gevolgen voor het milieu
In artikel 2.14, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is opgenomen dat het bevoegd gezag bij een beslissing op een aanvraag in ieder geval de gevolgen voor het milieu betrekt. Voor inwerkingtreding van de Wabo was dit opgenomen in artikel 8.8 lid 1 b van de Wet milieubeheer (Wm). De vraag is in hoeverre dit ook betrekking heeft op stankgevoelige objecten of gebieden gelegen in het buitenland, en derhalve niet op Nederlandse grondgebied. Dit is een aantal keer in jurisprudentie aan de orde gekomen.
Stank
Uit jurisprudentie blijkt dat de Afdeling op grond van dit artikel van mening is dat het bevoegd gezag wat betreft de beoordeling van stankhinder ook de op Duits grondgebied gelegen stankgevoelige objecten moet betrekken. De Afdeling wijst in dat verband op de Memorie van Toelichting bij artikel 8.8 Wm. Hier wordt op het feit gewezen dat de beoordeling van een aanvraag om vergunning, zich niet beperkt tot toetsing van de gevolgen voor het milieu ter lande en dat overeenkomstig de aanbeveling C(77)28(Final) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling er ook voor zal moeten worden gezorgd dat elders geen onaanvaardbare gevolgen optreden (Tweede Kamer, 1988-1989, 21 087, nr. 3, p. 71). In de uitspraak waarin dit aan de orde is gekomen hebben verweerders zich dan ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat de in Duitsland gelegen burgerwoningen buiten beschouwing kunnen blijven (ABRvS, E03.98.0403, 14 oktober 1999, Groesbeek, JM 1999-11/161, Nieuwsbrief StAB).
In ABRvS nr. 200909065/1/M2 van 27 oktober 2010 is onder de Wet geurhinder en veehouderij ook getoetst op een woning die in Duitsland is gelegen. "Gelet op het bovenstaande is het college gehouden de geurbelasting te berekenen met het verspreidingsmodel 'V-stacks vergunning', hetgeen het ook heeft gedaan. Uit de met toepassing van dit model verrichte berekeningen blijkt, hetgeen ook niet is bestreden, dat de geurbelasting bij de dichtstbijzijnde woning niet meer bedraagt dan de in artikel 3 van de wet geurhinder en veehouderij opgenomen geurnorm. Verder wordt ook ten aanzien van de in Duitsland gelegen woning aan deze geurnorm voldaan, nu deze op grotere afstand van de inrichting is gelegen dan de dichtstbijgelegen woning. Er bestond voor het college dan ook geen grond de vergunning vanwege stankhinder te weigeren."
Ammoniak
Voor wat betreft de beoordeling van ammoniak is dit anders. De bescherming van gebieden als gevolg van ammoniak van veehouderijen is geregeld in de Wav. De Wav geeft via een zonering bescherming aan de zeer kwetsbare gebieden (met inwerkingtreding van de wijziging van de Wav per 1 mei 2007 zijn de kwetsbare gebieden gewijzigd in zeer kwetsbare gebieden).
Uit jurisprudentie van voor wijziging van de Wav, bleek dat een bosgebied buiten Nederland niet als een voor verzuring gevoelig gebied in de zin van de Interimwet kon worden aangemerkt (zie ABRvS, E03.95.0002, 15 januari 1996, Groesbeek, KV D-2/2). Bos werd in art. 1, aanhef en onder c, van de Uav gedefinieerd als houtopstand in de zin van de Boswet waarvoor een herplantplicht bestaat. Voor het bosgebied in Duitsland geldt deze herplantplicht niet. Het bosgebied was daarom geen voor verzuring gevoelig natuurgebied in de zin van de Iav en daarom ook geen kwetsbaar gebied. Het is de vraag of deze uitspraak ook geldt voor andere voor verzuring gevoelige gebieden dan bosgebieden.
Verder is het waarschijnlijk dat op grond van Europese regelgeving zoals de IPPC-richtlijn, het Besluit MER of de Vogel- of Habitatrichtlijn rekening moet worden gehouden met bepaalde natuurgebieden in het buitenland vanwege de ammoniakemissie. Jurisprudentie hierover ontbreekt tot op heden.
Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
Jurisprudentie Milieurecht
Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging
Richtlijn m.e.r.: Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en haar wijzigingen
Richtlijn inzake het behoud van de vogelstand en inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna.
Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (Vogelrichtlijn)
Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Habitatrichtlijn)

