Ippc-veehouderijen

Hier vindt u informatie over ippc-installaties bij veehouderijen. Grote varkens- en pluimveebedrijven vallen onder de Richtlijn industriële emissies. Meer informatie over IPPC algemeen vindt u op onze IPPC-pagina's.

IPPC-veehouderijen

Grote intensieve veehouderijen vallen onder Kippencategorie 6.6 van de Richtlijn. Dat zijn bedrijven met:

  1. meer dan 40 000 plaatsen voor pluimvee
  2. meer dan 2 000 plaatsen voor mestvarkens (van meer dan 30 kg)
  3. meer dan 750 plaatsen voor zeugen

BBT in de omgevingsvergunning

Algemeen geldt dat de omgevingsvergunning milieu gebaseerd moet zijn op de Beste Beschikbare Technieken (BBT). Voor IPPC-bedrijven zijn er op Europees niveau  BBT-conclusies voor de intensieve veehouderij vastgesteld. Deze BBT-conclusies zijn gebaseerd op de BREF Intensieve pluimvee- en varkenshouderij.

De Beleidslijn IPPC- omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij geeft een invulling voor het stellen van verdergaande technieken voor de beperking van ammoniak.

De bepaling van BBT bij IPPC-veehouderijen om de emissies van geur, ammoniak en fijnstof te beperken is complex. Op de pagina BBT bij IPPC- veehouderijen leest u meer over de wettelijke mogelijkheden en verplichtingen voor het vaststellen van BBT bij IPPC veehouderijen.

Actualisatieplicht bij nieuwe BBT-conclusies

Wanneer BBT-conclusies zijn gepubliceerd heeft het bevoegd gezag 4 jaar de tijd om de BBT-conclusies in de vergunningen te verwerken. Deze actualisatieplicht geldt voor alle IPPC-veehouderijen met pluimvee of varkens (artikel 5.10 lid 1 Bor). De actualisatieplicht start op het moment dat de Europese Unie de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit publiceert in het Publicatieblad van de Europese Unie. Dit is voor de BBT-conclusies voor varkens en pluimvee 21 februari 2017 geweest.

Samenloop IPPC met Activiteitenbesluit, Besluit emissiearme huisvesting en andere regelgeving

Een IPPC-bedrijf heeft altijd een omgevingsvergunning milieu nodig. Dat volgt uit artikel 2.1 lid 2  van het Besluit omgevingsrecht. Daarnaast gelden voorschriften van het Activiteitenbesluit en is het Besluit emissiearme huisvesting van toepassing.

Als de veehouderij vanwege de hoeveelheid varkens of pluimvee onder de IPPC-richtlijn valt, zijn een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) voor fijnstof en een OBM voor m.e.r. niet nodig. Dit volgt uit artikel 2.2a lid 9 Bor. Wel is mogelijk sprake van een OBM voor kleinschalige monovergisting.

Een IPPC-bedrijf dat zijn activiteiten wijzigt, moet wijziging van de vergunning aanvragen.

Ippc-database verplicht invullen

De IPPC-database is een digitaal informatiesysteem voor gemeenten, provincies en waterkwaliteitsbeheerders. De Richtlijn industriële emissies verplicht lidstaten te rapporteren over de vergunningen van grote milieubelastende bedrijven. Nederland rapporteert op basis van de informatie in de IPPC-database. Het systeem is gekoppeld aan het elektronisch milieujaarverslag (e-MJV).

Het bevoegd gezag van de IPPC-installatie vult de IPPC-database in. Wijzigt de IPPC-activiteit, dan past het bevoegd gezag de informatie in de IPPC-database aan. De IPPC-database staat op de website van het e-MJV.

Vergunning beschikbaar via internet

Bevoegde gezagen moeten de vergunning van IPPC-bedrijven publiceren op internet. Deze verplichting staat in artikel 19.1b lid 2 Wet milieubeheer. Dit is een implementatie van de Richtlijn industriële emissies. De informatie moet voor iedereen toegankelijk zijn.

EPRTR-verslag

Voor grote intensieve veehouderijen geldt de plicht om hun emissies door te geven via de E-PRTR landbouw website. Deze gegevens komen te staan in het elektronische European Pollutant Release Transfer Register (EPRTR).