Hoe pas ik de Beleidslijn IPPC toe bij uitbreiden meer diercategorieën?

Vraag

Hoe moet ik bij de Beleidslijn omgaan met een uitbreiding in verschillende diercategorieën?

Antwoord

Wanneer de veehouder in verschillende diercategorieën uitbreidt, is het de keuze voor welke dieren wordt gerekend met Beste Beschikbare Technieken (BBT) en voor welke dieren met BBT+. In principe mag de aanvrager dit zelf bepalen. Het enige wat het bevoegd gezag bewaakt, is dat er voor een correct deel van de aanvraag met BBT+ is gerekend.

Het gaat hier om de situatie dat een veehouder uitbreidt en daardoor met zijn ammoniakemissie (gecorrigeerd voor BBT) boven de 5.000 kg uitkomt. Dan kunt u nameljk verdergaande emissie-eisen (BBT+) voor de uitbreiding stellen, vanaf die 5.000 kg. Tot 5.000 kg kan de veehouder uitbreiden met ‘gewoon’ BBT.

Voorbeeld: een veehouder met een vergund veebestand met een totale (voor BBT gecorrigeerde) ammoniakemissie van 3.000 kg, wil uitbreiden. Hij vraagt een uitbreiding aan die een totale ammoniakemissie heeft van circa 6.000 kg (gecorrigeerd voor BBT). De uitbreiding bestaat uit vier stallen, voor 6.500 gespeende biggen, 200 guste en dragende zeugen en 350 kraamzeugen.

Kiest de veehouder ervoor om de strengere emissie-eis voor de gespeende biggen te laten gelden, dan wordt de som als volgt:

  • Voor 6.000 - 5.000 = 1.000 kg gespeende biggen geldt een strengere eis.
  • Dit zijn 1.000/0.23 = 4.350 ‘gewone BBT’ gespeende biggen (afgerond naar afdeling).
  • Dus voor 6.500 – 4.350 = 2.150 biggen geldt geen verdere emissie-eis.

De som voor het ammoniakplafond voor deze aangevraagde dieren is dan:

(3.000) + (200 x 2.6) + (350 x 2.9) + (2.150 x 0.23) + (4.350 x 0,21) = 5.945 kg.

NB deze rekensom gaat uit nog van de 'oude' emissiewaarden. Vanaf 1 augustus 2015 gelden andere emissiefactoren (door wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij) en zijn de maximale emissiewaarden aangepast (met het Besluit emissiearme huisvesting).