Drainwater met chemische gewasbeschermingsmiddelen biologisch zuiveren

Voor Glastuinbouw bedrijven is het doel om in 2027 al het water te recirculeren en geen lozing van afvalwater meer te hebben. Vanaf 1 januari 2018 moeten bedrijven die wel afvalwater met gewasbeschermingsmiddelen lozen dit zuiveren. Dit staat in de komende wijziging van Activiteitenbesluit. Drainwater uit de kas en filterwater uit glastuinbouwbedrijven moet door een speciale zuivering die 95% van gewasbeschermingsmiddelen weghaalt.

Een ondernemer staat voor kosten om te voldoen aan regelgeving. Maar een handhaver kan helpen met het zoeken van alternatieven en het positief belonen van voorlopers. Het uiteindelijke doel, geen emissies uit glastuinbouw in 2027 is nu ook mogelijk door creatief naar het bedrijf te kijken. En dat is wat anders dan nu een zuiveringsinstallatie aanschaffen voor het zuiveren van afvalwater dat chemische gewasbeschermingsmiddelen bevat.

Ondernemers zullen daarom ook gaan vragen om een bezoek van een handhaver.

Voordat je als ondernemer gaat investeren in zuiveringsvoorzieningen voor drainwater, is het verstandig om eerst eens met de handhaver/vergunningverlener te praten. In dit gesprek komen de volgende punten aan de orde:

  • Hoe lopen de verschillende waterstromen op het bedrijf?
  • Wat zijn de gebruikte hoeveelheden meststoffen en de geloosde hoeveelheden?
  • Hoe (over)drainwater te verminderen?
  • Hoe de beschikbare informatie uit bijlage 1 en 3 van het oude besluit glastuinbouw te gebruiken in de teelt optimalisatie?
  • Verandering insteek: niet lozen, voorkomen van het ontstaan van spuiwater.
  • Inzet terugspoelwater binnen een teeltomgeving.
  • Beloning succes door inzet van maatwerk lagere administratie lasten); de positieve beloning van overheid naar ondernemer.

Het sterk verminderen van de hoeveelheden drainwater en daarin opgeloste meststoffen is aantrekkelijk voor de glastuinbouwbedrijven. Nog aantrekkelijker voor de ondernemers is het laatste beetje drainwater in eigen beheer biologisch te verwerken, te hergebruiken, in plaats van te lozen.

Geen lozing betekend namelijk dat de aankoop of huur van zuiveringsinstallatie voor chemische gewasbeschermingsmiddelen niet nodig is. Verdere voordelen zijn administratieve lastenverlichting. De verplichte UO-administratie kan verminderen.  Het bevoegd gezag kan dit met maatwerk vastleggen. Het is niet meer verplicht om een bassin te hebben of om te recirculeren. De regels voor het condenswater uit de kas blijven wel staan. Maar het geheel geeft de ondernemer meer ruimte om te telen met minder verplichtingen vanuit de overheid.

Het kost tijd om dit op een bedrijf goed te organiseren. Als deze nul-lozing is gelukt, bespaard het een ondernemer jaarlijks geld en is er milieuwinst. De hier uitgelegde methode voldoet aan de regels van het Activiteitenbesluit. Deze methode bestaat uit twee stappen:

  1. Optimalisatie
  2. Nul-lozing

Alleen stap 2 te doen lijkt makkelijker maar om de meeste winst te halen is  Stap 1 belangrijk.

Stap 1 Optimalisatie van het bedrijf

Voor alles wat men op een glastuinbouwbedrijf gebruikt om een gewas te laten groeien is een optimale hoeveelheid te vinden. En hiervoor kan men de opbrengstparabool gebruiken. Op een glastuinbouwbedrijf probeert men om talloze van deze parabolen over elkaar heen te leggen, totdat er een soort totaal evenwicht is. Denk daarbij bijvoorbeeld aan:

  • Stikstof.
  • Fosfaat.
  • Andere voedingsstoffen zoals bijvoorbeeld kalium, magnesium of ijzer en mangaan.
  • Gewasbeschermingsmiddelen en biociden (kg w.s.).
  • CO2.
  • Temperatuur.
  • Luchtvochtigheid.
  • Licht van lampen, maar ook van de zon.
  • Gietwater, (over)drainwater en recirculatiewater.
  • Natrium.
  • Bodemleven (o.a. schimmels).

Natrium is hierbij een bijzondere. Het zit soms wel in de gebruikte meststoffen. Alleen Natrium wordt door planten bijna niet gebruik als voedingsstof. Daardoor is er bij relatief lage concentraties al een negatief effect op de groei van een gewas. Dit kan een reden zijn om het drainwater niet meer te willen gebruiken als gietwater.

Aan de ene kant van de y-as is sprake van een te kort van een stof. En aan de andere kant van de y-as is er sprake is een te veel. En bij extremen in gebruik van een stof/hulpmiddel is sprake van gebreks- of vergiftigingsverschijnselen (onder de x-as).

Toelichting plaatje: Aan de ene kant van de y-as is sprake van een te kort van een stof. En aan de andere kant van de y-as is er sprake is een te veel. En bij extremen in gebruik van een stof/hulpmiddel  is sprake van gebreks- of vergiftigingsverschijnselen (onder de x-as).

Naast een pure economische insteek van een bedrijf staat de insteek van de milieubelasting. Voor een glastuinbouw bedrijf geldt dit ook. Het zo minimaal mogelijk belasten van het watermilieu kan men in de glastuinbouw bereiken op verschillende manieren:

  1. Door heel scherp te bemesten en overtollig water niet op te vangen, maar te lozen, daarbij voldoen aan de lozingsvoorwaarde van stikstof.
  2. Door heel scherp te bemesten en water te geven zonder drainwater te lozen.
  3. Door minder scherp te bemesten, zonder overtollig water.
  4. Door minder scherp te bemesten, het drainwater en het overtollig drainwater toch op slimme wijze opnieuw in te zetten, waarbij:
    1. Het hergebruikte drainwater jaarlijks opmaken bij de teeltwisseling.
    2. Het hergebruikte drainwater zo toedienen dat het zo goed als voedselarm is en dan regelmatig lozen (waarbij voldoen aan de lozingsvoorwaarde van stikstof).
    3. Het hergebruikte drainwater  zolang hergebruiken dat het natrium gehalte aan de hoge kant komt. En voordat men loost ook aan de lozingsvoorwaarde van stikstof voldoen.

Al deze keuzes moet een ondernemer zelf maken. Gesprekken tussen handhaver en ondernemer over de hoeveelheden toegediende meststoffen in combinatie met de geloosde hoeveelheid stikstof, zijn nieuw. Alleen vanuit het terugdringen van de belasting van het watermilieu door glastuinbouwbedrijven is dit wel heel belangrijk.

En voor een ondernemer zit er een aantrekkelijke beloning aan vast. Bij minder dan 25 kg stikstof per hectare per jaar is de stikstof concentratie zo laag dat het vanuit milieu en economisch oogpunt niet meer belangrijk is dit te recirculeren. Deze uitleg stond al in de memorie van toelichting van het Besluit glastuinbouw. Het afvalwater mag men dan zonder juridische beperkingen lozen, vanaf 1 januari 2018 moet men dit wel zuiveren op gewasbeschermingsmiddelen.

Vermoedelijk behaalt deze ondernemer ook meer (gewas en of geld) omzet dan een collega met:

  • Het zelfde gewas.
  • Het zelfde verbruik.
  • Een hoger stikstof gehalte in het afvalwater.

Optimalisatie betekent niet automatisch dat de hoeveelheid te lozen drainwater vermindert. Dit is wel te verwachten is. Verder kan in het te lozen drainwater nog steeds (afbraakproducten) van chemische gewasbeschermingsmiddelen en of biociden zitten. Die moet men per 1 januari 2018 zuiveren.

Indicators bij optimalisatie

Het optimale evenwicht in de ogen van de ondernemer leidt tot een maximale productie en een minimale ziekte druk. In alle gevallen zal buiten het optimale gebruikspunt van een stof/hulpmiddel een gewas vatbaarder zijn voor ziekten en plagen. Het evenwicht dat de ondernemer nu heeft bereikt, hoeft dus niet het optimale evenwicht te zijn als je kijkt naar de milieubelasting van het watermilieu.

De hoeveelheid gebruikte (chemische) gewasbeschermingsmiddelen kan men daarom gebruiken als een soort indicator om te zien hoe gezond het gewas is.

Overigens zijn er situaties waarbij men alleen aan het einde van de teelt spuit. De kas spuit men dan 'schoon'. Dit gebeurd om na de teeltwisseling weer ziektevrij te kunnen beginnen met de teelt. Dan werkt de hoeveelheid werkzame stof natuurlijk niet als indicator. In die gevallen kunnen de kosten voor biologische gewasbescherming een indicator zijn. Het nadeel is alleen dat:

  • Men altijd een hoeveelheid ziekte/plaag heeft omdat het biologisch evenwicht met de bestrijders.
  • Hiervoor staan geen normen in oude regelgeving.

Een tweede indicatie om te bepalen hoe scherp een ondernemer omgaat met zijn meststoffen is de hoeveelheid stikstof in het water dat men loost. In het Activiteitenbesluit mag een ondernemer pas lozen als er niet meer dan de toegestane hoeveelheid stikstof per hectare per jaar dat men loost. Er geldt dus een juridische verplichting voor het recirculeren van het drainwater:

  • Als een drainwaterlozing voldoet aan lozingsvoorwaarde voor stikstof. Dit betekend dat een ondernemer goed bezig is geweest.
  • Bij minder dan 25 kg stikstof per hectare per jaar is de stikstof concentratie zo laag dat men mag lozen. Vanuit milieu en economisch oogpunt is het niet meer belangrijk dat men moet recirculeren. Deze uitleg stond al in de memorie van toelichting van het besluit glastuinbouw.

De juridische verplichting voor het recirculeren van het drainwater en de lozingsnormen gelden niet als het totale teeltoppervlak kleiner is dan 2.500 m2. De administratie en de zuiveringsverplichting vanaf 1 januari 2018 geldt wel! Ook voor bedrijven met een groter teeltoppervlak dan 2.500 m2.

Als er géén lozing van drainwater meer plaats vind, zal dit ook effect hebben op de hoogte van de geïnde verontreinigings- of zuiveringsheffing. De administratieverplichting daarvoor blijft. Alleen is dit geen administratieve last van de overheid: elk bedrijf houdt dit bij voor de eigen administratie en of keurmerk.

Stap 2: Nul lozing (= geen installatie voor zuiveren gewasbeschermingsmiddelen). Emissieloos telen

Voor het lozen van drainwater waarin chemische gewasbeschermingsmiddelen is vanaf 1 januari 2018 een zuiveringsplicht.

Gangbare praktijk is dat men overtollig drainwater loost op het riool of oppervlaktewater. Door de verplichting tot zuivering wordt het lozen van dit overtollige drainwater een kosten post. Dit geeft een motivatie om de hoeveelheid te zuiveren afvalwater te beperken. Het verder optimaliseren van het water geven is de belangrijkste eerste stap om de kosten voor de zuivering te beheersen. Het Activiteitenbesluit geeft aan dat een ondernemer de zuivering van afvalwater op drie manieren kan:

  • Het aanschaffen van een eigen installatie op het bedrijf.
  • Samenwerken in een collectief aangeschafte installatie.
  • Mobiele zuivering (inhuur van een derde).
  • Geen zuivering maar hergebruik; het (overgebleven) drainwater in de kas voor (ander) gewas in te zetten zodat er geen drainwater meer is om te lozen.

Bij alle mogelijkheden is extra opslagruimte in de vorm van één of meerdere extra silo's nodig. De laatste optie uit het rijtje kan voor ondernemers het meest aantrekkelijk zijn. Door het volledig voorkomen van het lozen van drain- en filterwater (nul lozing) is :

  • Geen zuiveringsinstallatie meer nodig voor het zuiveren van de chemische gewasbeschermingsmiddelen.
  • Geen uitgebreide registratie meer nodig voor het UO (via het bevoegd gezag toe te staan door het opstellen van een maatwerkvoorschrift).

Het kost tijd om dit op een bedrijf goed te organiseren, maar het is niet onmogelijk. Ook bespaart het een ondernemer productiekosten. De methode voldoet aan de regels van het Activiteitenbesluit en aan de wet milieubeheer omdat er namelijk geen lozing is van drainwater. Het niet lozen van drainwater is goed voor het watermilieu. En bij het niet meer lozen op het riool verbeterd de werking van de RWZI, omdat er minder "dun" water op komt.

Het overgebleven drainwater in te zetten als gietwater kan men zien als een biologische zuivering. Dit in eigen beheer biologisch zuiveren van overtollig drainwater kan op verschillende manieren. Er zijn twee mogelijkheden:

  1. Biologisch zuiveren met een ander gewas dan het eigen productiegewas.
  2. Biologisch zuiveren met het eigen productiegewas.

Het hergebruik gebeurd met de bestaande bedrijfsuitrusting. Dus in de eigen kas en met hulp van de aanwezige gietwatersystemen. Bij deze biologische zuivering is nadrukkelijk geen sprake van het aanleggen van een IBA . In beide zuiveringsmanieren loost men geen drainwater. Dus in beide gevallen is er geen sprake van het buiten de inrichting brengen van overtollige drainwater. Men hergebruikt het als gietwater voor het gewas. En dat gewas benadert men met als doel géén overdrain. Anders is er sprake van lozing van afvalwater en kan er uitspoeling gebeuren naar het milieu.

Ad 1: Op een deel van de productie oppervlakte teelt men ander gewas. Een gewas gewas dat meer en of zouter gietwater nodig heeft dan het overige geteelde gewas. Het overtollig drainwater uit de hele productie recirculeerd men over dit andere gewas totdat er geen overtollig drainwater meer over is. Verkoop van het hier geoogste product beperkt de kosten van deze maatregel. (let op gebruiksvoorschriften gewasbescherming: Op het alternatieve gewas moet gebruikte gewasbescherming toegestaan zijn.)

Ad 2: De tweede manier is het drainwater eerder her te gebruiken en het te recirculeren over een beperkt aantal rijen van het huidige productiegewas. Op deze aangewezen rijen gebruikt men alleen drainwater voor als gietwater. Het mengt men niet met schoon gietwater. Door de meststoffen alleen op basis van EC en bemonstering aan te vullen kan men verwachten dat het gewas het hier minder goed doet. Door het drainwater eerder in te zetten voor hergebruik, is het natriumgehalte niet te hoog. Ook is de kans op een onhandige of ongewenste samenstelling van voedingstoffen beter te voorkomen. Door bemonstering van het 'overtollige' drainwater kan men maximaal bijsturen op voedingsstoffen. De kans dat het gewas minder goed groeit is hiermee ook weer kleiner.

Het is aan te nemen dat het kasoppervlak dat men gebruikt voor het in eigen beheer biologisch zuiveren van drainwater een lagere opbrengst kent (zie kader optimalisatie parabool). Bijvoorbeeld, omdat:

  • Het gewas minder goed groeit, omdat het hoofddoel is: verdampen van ongewenst drainwater uit het rest van de kas.
  • Men er een ander gewas teelt dan het normale productiegewas: Een gewas wat wel bestand is tegen de kwaliteit van het overtollige drainwater, maar een andere marktwaarde heeft dan het normale productiegewas.

Het optimaliseren van het gietwater beperkt maximaal het te lozen "overtollige" drainwater. Het optimaliseren van het gietwater beperkt dan ook direct het oppervlak dat nodig is om het overtollige drainwater in eigen beheer biologisch te zuiveren. Een gewas kiezen dat bij verkoop van het product ook marktwaarde heeft beperkt ook de kosten van deze maatregel.

Een ondernemer moet zelf de afweging maken. Een handhaver kan de mogelijkheden bespreekbaar maken. Het is bij de te nemen beslissingen wel goed om te weten dat men in 2027 geen drainwater meer loost.

Het dit jaar volledig voorkomen van het lozen van het overtollig drainwater (nul-lozing) betekent:

  • Het inzetten van een teeltzone als verwerking "overtollig" drainwater. Het optimaliseren van het gietwater beperkt dan ook direct het oppervlak dat nodig is om het overtollige drainwater in eigen beheer biologisch te zuiveren. Een gewas nemen dat bij verkoop van het product ook marktwaarde heeft beperkt eveneens de kosten van deze maatregel.
  • Geen investering in een zuiveringsinstallatie voor het zuiveren van de chemische gewasbeschermingsmiddelen. Ook niet in coöperatief verband.
  • Geen kosten voor het huren van een zuiveringsinstallatie.
  • Geen of minder kosten voor de registratie voor het UO (via het bevoegd gezag toe te staan door het opstellen van een maatwerkvoorschrift).
  • Dat de ondernemer een voorloper in milieuverantwoord ondernemen wordt en daarvoor beloond wordt.

Emissie registratie

Er blijft een administratie verplichting voor het bedrijf. Elk bedrijf houdt watergebruik en bedrijfsgegevens bij voor de eigen administratie en/of keurmerk.

De nul-lozing moet wel aantoonbaar zijn voor het bevoegd gezag. De ondernemer moet het bevoegd gezag ervan overtuigen dat bij het hergebruik geen enkele sprake is van lozen.

Het bevoegd gezag kan als maatregel opleggen dat het te verwerken drainwater in een aparte silo komt met verzegelde overloop. De verzegeling is een goed te controleren voorziening.


Uw onderwerpen

Als handhaver komen deze vragen op je af, mag ik hergebruiken, wanneer zuiveringsplicht.  Als InfoMil proberen we de benodigde kennis voor de handhavers en vergunningverleners bij te brengen  via een twee daagse OMAC cursus over glastuinbouw