Informatieblad Kwik

Kwik is een gevaarlijke stof die uit het milieu dient te verdwijnen. Via verdragen en wetgeving wordt wereldwijd gestreeft om het gebruik te beperken, de uitstoot te verminderen en de stof permanent veilig op te slaan.

Uitfasering kwik

Kwik is een zwaar metaal dat al in lage doseringen toxisch is. Om deze reden is er zowel nationaal als internationaal beleid om het gebruik van kwik te weren en de emissies te beperken. Een belangrijk internationaal verdrag is het VN-verdrag van Minamata dat Nederland in 2017 heeft geratificeerd. Het trad op 16 augustus 2017 wereldwijd in werking. Het verdrag pakt de hoeveelheid kwik in producten aan, het regelt de handel in kwik en het scherpt het gebruik van de stof in productieprocessen aan.

Naast het gebruik van kwik stelt de Nederlandse wetgeving regels om het vrijkomen van kwik in het milieu te beperken. Het Activiteitenbesluit en de vergunningen van bedrijven regelen de emissies naar lucht en water. Deze webpagina geeft daarop meer toelichting.

Bronnen

Kwik is een bij kamertemperatuur vloeibaar metaal. Het komt in deze vorm zeer zeldzaam voor in de aardkorst. De meest belangrijke bron voor kwikwinning is een mineraal dat kwiksulfide bevat.

Op globaal niveau is 40% van de antropogene kwikemissie afkomstig van het verbranden van kolen. Daarnaast is de primaire productie van non-ferrometalen een belangrijke bron van kwikemissies (10%). In de ertsen komen sporen van kwik voor.

In Nederland is 30% van de emissies afkomstig van de industrie, 21% van de energiesector (kolengestookte centrales) en 24% van afvalverbranding.

In 1990 was de kwikemissie in Nederland 3600 kg. In 2015 was dit nog 700 kg maar de daling is de laatste jaren gering.

Milieu-effect

De grootschalige verspreiding van kwik, de persistentie in het milieu, de bioaccumulatie en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu maken kwik een probleemstof.

Door bioaccumulatie nemen de concentraties toe in organismen die hoger in de voedselketen staan. De consumptie van vis is voor mensen de grootste blootstellingsroute van kwik.

Regelgeving

Kwik is een Zeer zorgwekkende stof (ZZS – MVP1) waarvoor geldt dat de verspreiding met voorrang moet worden tegengegaan. Bedrijven die kwik uitstoten, zowel RIE als niet-RIE (artikel 2.3a lid2 Activiteitenbesluit), zijn gehouden aan de minimalisatieverplichting. Dit betekent dat bedrijven systematisch moeten zoeken naar een alternatief voor het gebruik van kwik, dat zij zoveel mogelijk voorkomen dat kwik in de grondstoffen aanwezig is of dat zij een nageschakelde techniek toepassen om de emissie tot een minimum te beperken.

Op basis van artikel 2.5 van het Activiteitenbesluit gelden emissie-eisen voor kwik. Als voor een IPPC-installaties een BBT-conclusie voor kwik is gesteld dan heeft dit voorrang op artikel 2.5.

Het VN-verdrag en het Besluit kwik en kwikhoudende producten milieubeheer sluiten aan bij het streven om kwik verder uit te bannen. Het besluit stelt dat in beginsel het verboden is om een kwikhoudend product te vervaardigen of in Nederland in te voeren.

Het Activiteitenbesluit regelt voor de volgende activiteiten de emissie van kwik naar lucht en water: bodemsanering en proefbroneringen, crematieovens, metaalbewerking, laboratoria, afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallaties en cementovens. Voor de overige processen geldt dat wordt teruggevallen op de algemene regels van afdeling 2.3 of op de regelgeving voor RIE-bedrijven.

Om kwik zoveel mogelijk uit het milieu te laten verdwijnen zal al het kwikafval in een stabiele vorm dienen te worden omgezet (b.v. kwiksulfide) en opgeslagen in zoutmijnen, rotsformaties of bovengrondse opslagen van omgezet en verhard kwikafval.

Nageschakelde technieken en BREF

De vorm waarin kwik vrijkomt in het milieu is afhankelijk van het productieproces. De antropogene emissie van kwik bestaat voornamelijk uit gasvormig elementair kwik. De andere vormen zijn gasvormige anorganische kwikverbindingen (Hg2+) en kwik dat is gebonden aan deeltjes. Kwik kan in organische vorm als methyl- en ethylkwik voorkomen. De vorm waarin kwik vrijkomt bepaalt ook de te gebruiken techniek voor het afvangen er van.

Een aantal nageschakelde technieken dat eigenlijk is bedoeld voor het afvangen van andere componenten heeft als positieve bijkomstigheid dat ook kwik wordt afgevangen. Bijvoorbeeld stoffilters vangen ook het kwik af dat is gebonden aan stofdeeltjes.

Een goed voorbeeld zijn de afvangsttechnieken van een kolengestookte centrale waarbij de combinatie van het afvangen van stikstofoxiden (SCR), zwavel (natte ontzwaveling) en stof (elektrostatisch filter) een efficiënte maatregel voor het afvangen van kwik blijken te zijn. De SCR zet naast de stikstofoxide ook het elementair kwik om naar Hg2+ waardoor het makkelijker is af te vangen in de rest van de keten.

Er zijn ook technieken die vooral voor kwik worden toegepast, b.v. de injectie van actief kool (in combinatie met een stoffilter).

De BBT-conclusies Grote stookinstallaties (LCP) geeft aan dat BBT geassocieerde emissieniveaus (BBT-GEN) tussen de 1 en 10 µg/Nm3 liggen. Dit is afhankelijk van:

  • het vermogen van de centrale
  • of steenkool of bruinkool wordt toegepast
  • of het een bestaande of nieuwe centrale betreft.

De BBT-GEN voor de non-ferro industrie bedraagt 10 tot 50 µg/Nm3.

Verdere informatie over kwik

De website van Infomil bevat bij crematoria en tandheelkunde informatie over kwik.


Wereldwijd probleem

The most significant anthropogenic releases of mercury globally are through emissions to air, but mercury is also released from various sources directly to water and land. Once in the environment mercury persists and circulates in various forms between air, water, sediments, soil and biota. Emissions and releases from virtually any local source add to the global pool of mercury that is continuously mobilized, deposited on land and water, and remobilized. Rivers and ocean currents are also media for long-range transport. Even countries with minimal mercury releases, and areas remote from industrial activity, may be adversely affected. For example, high mercury levels are observed in the Arctic, far from the sources of any significant releases (UNEP 2016).