Emissiegrenswaarden

Dit hoofdstuk gaat in op de emissiegrenswaarden voor kleine en middelgrote stookinstallaties op standaard brandstoffen. De eisen gelden voor:

  • het meten
  • het toetsen en het rapporteren van de emissies
  • de storingen

De emissiegrenswaarden in het Activiteitenbesluit zijn van toepassing op alle kleine en middelgrote stookinstallaties (Activiteitenbesluit, paragraaf 3.2.1), met uitzondering van bijzondere stookinstallaties. Voor bijzondere stookinstallaties kunnen emissies met maatwerk worden geregeld.

Voor de ketelinstallaties, gasturbines, dieselmotoren, gasmotoren, installaties voor regeneratie van glycol en de niet-standaard stookinstallaties in paragraaf 3.2.1, worden eisen gesteld aan de emissies. De eisen gelden voor stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2)  en totaal stof (TSP). Voor gasmotoren zijn ook eisen aan emissies van koolwaterstoffen (CxHy) opgenomen.

Voor ketels gestookt op gasvormige of vloeibare brandstoffen geldt een vermogensondergrens van 400 kWth. Daaronder gelden geen emissie-eisen op basis van het Activiteitenbesluit, omdat deze stookinstallaties onder de Europese Ecodesign verordening vallen.

Met het hulpmiddel 'Activiteitenbesluit emissie-eisen stookinstallaties' (Abees) is te bepalen welke emissiegrenswaarden gelden. Met deze tool is voor de verschillende type stookinstallaties en de diverse brandstoffen de emissiegrenswaarde vast te stellen. Daarnaast is de emissiegrenswaarde te bepalen wanneer er meer brandstoffen verstookt worden.