Activiteitenbesluit 3.2.1

Het Activiteitenbesluit geeft de emissiegrenswaarden voor kleine en middelgrote stookinstallaties in paragraaf 3.2.1. Het hulpmiddel Abees geeft voor de verschillende type stookinstallaties en brandstoffen de emissiegrenswaarde. Daarnaast geeft het hulpmiddel ook  de emissiegrenswaarde als meerdere brandstoffen gelijktijdig worden verstookt.

Hieronder staat de verwijzing naar emissiegrenswaarden voor kleine en middelgrote stookinstallaties in paragraaf 3.2.1:

Stookinstallatie verwijzing naar AB
De vindplaats voor de Emissie grenswaarden per type stookinstallatie
Installatie voor regeneratie van glycol artikel 3.9
Ketelinstallatie vanaf 1 MWth artikel 3.10
ketelinstallatie tot 1 MWth artikel 3.10b
dieselmotor artikel 3.10e
gasturbine artikel 3.10d
gasmotor artikel 3.10f
Niet-standaard stookinstallaties artikel 3.10a

In de  artikelen staan de eisen aan de emissies voor stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2)  en totaal stof (TSP). Voor gasmotoren staan ook eisen voor emissies van koolwaterstoffen (CxHy).

De emissiegrenswaarden gelden in droog rookgas bij de volgende zuurstof gehaltes:

  • 15 vol% voor diesel- en gasmotoren en gasturbines
  • 6 vol% stookinstallaties met vaste brandstoffen
  • 3 vol% in alle andere situaties

Voor bijzondere stookinstallaties staan geen emissiegrenswaarden in het Activiteitenbesluit. Hiervoor kan volgens artikel 3.7 lid 8 een emissiegrenswaarde als maatwerk worden gesteld. Het Activiteitenbesluit afdeling 2.3 is niet direct werkend.

Als een wijziging van het vermogen van de stookinstallatie leidt tot een toename van de emissies van meer dan 10%, dan gelden de emissiegrenswaarden voor een nieuwe installatie. Dit staat in het Activiteitenbesluit, artikel 3.10s.


Uw onderwerpen