Vierde tranche wijziging Activiteitenbesluit

Op 1 januari 2016 is de wijziging van het Activiteitenbesluit (4e tranche, 2e fase) en de Activiteitenregeling in werking getreden.

In de vierde tranche van de tweede fase van het Activiteitenbesluit kwamen onder andere: ziekenhuizen, gieterijen, hondenkennels en asbest-verwijderingsbedrijven onder het Activiteitenbesluit. Daarnaast zijn het Besluit LPG-tankstations, het Besluit hefschroefvliegtuigen ziekenhuizen, de 'Benzineregeling' en het normatieve deel van de NeR in het Activiteitenbesluit opgenomen. Ook kwamen er erkende energiebesparende maatregelen in de Activiteitenregeling. Tot slot was er een aantal wijzigingen ter verduidelijking van voorschriften, verlichting van lasten en reparatiepunten.

Het wijzigingsbesluit is 1 oktober 2015 gepubliceerd in Staatsblad nummer 337. De wijzigingsregeling is 2 oktober 2015 gepubliceerd in Staatscourant nummer 29035. Een apart inwerkingtredingsbesluit liet de wijzigingen rond energie op 1 december 2015 in werking treden. De overige wijzigingen traden in werking op 1 januari 2016.

Voor geluid zijn de volgende activiteiten waarvoor de vergunningplicht vervalt relevant:

  • Schieten op buitenschietbanen (naast schietbanen van Defensie ook de buitenschietbanen voor sportief en recreatief gebruik, waaronder kleiduivenbanen).
  • Houden van honden en bepaalde sier- en roofvogels in de buitenlucht (naast hondenkennels ook volières, valkeniers en dierentuinen).
  • Grote sport- en recreatieactiviteiten met meer dan 500.000 bezoekers per jaar met uitzondering van open-luchtattractieparken (onder attractieparken vallen pretparken, themaparken en amusementsparken).
  • Terreinen waar in de open lucht met modelvliegtuigen wordt gevlogen.

Aanpassingen Bor voor Geluid
Het wijzigingsbesluit vierde tranche Activiteitenbesluit heeft in het Bor de lijst met activiteiten aangepast die als 'grote lawaaimaker' zijn aangewezen. Grote lawaaimakers zijn inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. De aanpassingen zijn:

  • Categorie 1.3, onderdeel a: Inrichtingen waar een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer. Voor deze categorie is voor de zoneringsplicht het voorbehoud gemaakt dat alle motoren gelijktijdig in gebruik zijn.
  • Categorie 6.2, onderdeel b: Inrichtingen voor het vervaardigen van vetzuren of akanoliën uit dierlijke of plantaardige oliën of vetten. De bedrijven die onder deze categorie vallen hebben een relatief beperkte geluidemissie. Met dit wijzigingsbesluit wordt voor de zoneringsplicht de capaciteit van 50.000.000 kg per jaar verhoogd tot 250.000.000 kg per jaar.
  • Categorie 9.3, onderdelen f en j: De zoneringsplicht voor inrichtingen voor het opslaan of overslaan van veevoeder of granen, meelsoorten, zaden, gedroogde peulvruchten, maïs, of derivaten daarvan met een verwerkingscapaciteit ten aanzien daarvan van 500.000 kg per uur of meer is alleen van toepassing als wordt gewerkt met pneumatische elevatoren.
  • Categorie 11.3, onderdeel c, onder 6o: De zoneringsplicht van inrichtingen voor het vervaardigen van cokes uit steenkool met een capaciteit ten aanzien daarvan van 100.000.000 ton per jaar of meer vervalt. De cokesproductie komt alleen nog voor in Nederland bij Tata Steel (voorheen Hoogovens). Deze inrichting is ook om andere redenen al zoneringsplichtig.
  • Categorie 13.3, onderdeel b: Inrichtingen voor het bouwen, onderhouden, repareren of het handelen van de oppervlakte van metalen schepen met een langs de waterlijn te meten lengte van 25 m of meer. Voor deze categorie is de zoneringsplicht beperkt tot metaalbewerkende activiteiten die in de openlucht plaatsvinden zoals lassen, slijpen, hameren en gritstralen.
  • Categorie 19.2: De zoneringsplicht voor terreinen voor het rijden met gemotoriseerde voertuigen verandert. Deze is alleen nog van kracht bij gebruik van voertuigen met een verbrandingsmotor. Voor het gebruik van voertuigen met elektromotoren geldt de zoneringsplicht dus niet meer.
  • Categorie 27.3: De zoneringsplicht voor inrichtingen voor het reinigen van afvalwater door middel van waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden vervalt.