Besluit MER

In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) zijn activiteiten aangewezen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Het gaat hierbij om het verwerken van afvalstoffen. In dit geval het covergisten van mest als zijnde een afvalstof en het verwerken van covergistingsmaterialen die een afvalstof zijn.

M.e.r.-beoordelingsplicht - categorie D18.1

Voor mestvergisting geldt de m.e.r.-beoordelingsplicht volgens categorie D18.1. De activiteit in categorie D18.1 is ‘de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een installatie met een capaciteit van 50 ton per dag of meer’.

Onder ‘verwijdering van afval’ vallen ook handelingen met een nuttige toepassing van afval. Dit volgt niet direct uit de Nederlandse wetgeving, maar is een gevolg van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie.

Afvalverwijdering

Het Europese Hof van Justitie heeft in de zaak Massafra (23 november 2006: C-486/04, overweging 44) bepaald dat het begrip ‘verwijdering’ in de richtlijn m.e.r. een autonoom begrip is dat niet hetzelfde is als het begrip ‘afvalverwijdering’ uit de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Verder heeft het Hof bepaald dat het begrip ‘verwijdering’ voor de toepassing van de m.e.r.-regelgeving alle handelingen zijn die leiden tot verwijdering van afvalstoffen in de strikte zin van het woord of tot de nuttige toepassing daarvan. Omdat cat. D18.1 uit de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage een directe vertaling is van cat. 11, onderdeel b van bijlage II van de richtlijn m.e.r. moet voor de toepassing van het begrip ‘verwijdering’ aansluiting worden gezocht bij de uitleg die het Europese Hof van Justitie heeft gegeven. Voor meer informatie zie de pagina ‘Afval en Mer’.

Drempelwaarde m.e.r.-beoordeling

Voor een mestvergistingsinstallatie met een capaciteit van 50 ton per dag of meer is een m.e.r.- beoordeling nodig. Bij een capaciteit van minder dan 50 ton per dag is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Dit betekent in beide gevallen dat voorafgaand aan het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning milieu een mededeling (aanmeldnotitie) volgens artikel 7.16 Wm moet worden ingediend. Het besluit dat er geen m.e.r. nodig is of een milieueffectrapport moet onderdeel zijn van de aanvraag omgevingsvergunning. Zie verder de pagina ‘Hoe is m.e.r. wettelijk geregeld?’.

Tot 1 april 2011 was in de bijlage bij het Besluit m.e.r. categorie D18.2 opgenomen: ‘oprichting van een inrichting bestemd voor het bewerken, verwerken of vernietigen van dierlijke of overige organische meststoffen, grondafval en GFT, niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van 100 ton per dag of meer’. Op grond hiervan gold toen de m.e.r.-beoordelingsplicht voor mestvergisting.