Inleiding

Wat zijn kleine en middelgrote stookinstallaties?

Kleine stookinstallaties hebben een thermisch nominaal ingangsvermogen kleiner dan 1 MWth. De middelgrote stookinstallaties zijn stookinstallaties met een thermisch nominaal ingangsvermogen  kleiner dan 50 MWth.

De definitie van een stookinstallatie in het Activiteitenbesluit is: een technische eenheid waarin brandstoffen worden geoxideerd ten einde de aldus opgewekte warmte te gebruiken. Dit houdt in dat een brandstof wordt  verbrand en de vrijkomende energie te gebruiken om bijvoorbeeld warm water of stoom te maken. Bij motoren en turbines wordt de vrijkomende warmte omgezet in mechanische arbeid. Ook kan de warmte nuttig gebruikt worden om geurstoffen en koolwaterstoffen te verbranden.

Stookinstallaties worden verdeeld in drie groepen:

  • Standaard stookinstallaties zijn stoom en warmwaterketels, gasturbines, gasmotoren, dieselmotoren en noodstroomaggregaten.
  • Niet- standaard stookinstallaties zijn procesfornuizen, thermische olieketels en overige indirect gestookte installaties.
  • Bijzondere stookinstallaties zijn thermische naverbranders, fakkels, drogers en overige direct gestookte installaties.

Wat is een standaard brandstof?

Het Activiteitenbesluit kent een algemene definitie van brandstof, te weten vaste, vloeibare of gasvormige brandbare stof. In het Besluit omgevingsrecht, Bijlage I, onderdeel C, categorie 1.4 onder a staat wanneer een brandstof niet vergunningplichtig is. In de volksmond heten dit standaardbrandstoffen. Het gaat om:

  1. aardgas
  2. propaan
  3. butaan
  4. vergistinggas
  5. vloeibare brandstoffen inclusief biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214
  6. biomassa en houtpellets verstookt in een stookinstallatie met een thermisch vermogen kleiner dan 15 MW

Een vloeibare brandstof is gedefinieerd als lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in de artikelen 26 van de Wet op de accijns:

  • lichte olie (bijvoorbeeld benzine)
  • halfzware olie (bijvoorbeeld kerosine en petroleum)
  • gasolie (bijvoorbeeld diesel en huisbrandolie)

Bij gebruik van standaard brandstoffen bij stookstookinstallaties, gelden de eisen paragraaf 3.2.1. In het geval van bijzondere stookinstallaties volgt eventueel maatwerk. Voor vergunningplichtige brandstoffen gelden de eisen uit paragraaf 5.1.5.