Lozen afvalwater bij substraatteelt

Deze activiteit gaat over het lozen van afvalwater wat ontstaat bij  substraatteelt in een kas.  Substraatteelt is het telen van gewassen los van de volle grond in substraat. Afvalwater wat vrijkomt is drainwater en spoelwater van filterinstallatie voor gietwater.

Vindplaats

De voorschriften voor het lozen van afvalwater voor de substraatteelt is opgenomen in artikel 3.64a tot en met 3.69 van § 3.5.1 van het Activiteitenbesluit en artikel 3.72 tot en met 3.76 van § 3.5.1 van de Activiteitenregeling.

De voorschriften van het activiteitenbesluit zijn gewijzigd met Staatsblad 2017 nr 305.

De activiteit is geregeld in hoofdstuk 3 van het besluit. Daarom gelden de voorschriften voor type B- en type C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden.

Verboden en voorwaarden

BBT

Het streven van de overheid en de branche is erop gericht om in 2027 geen lozing van afvalwater uit een kas te hebben. Door optimaliseren van het de hoeveelheid voedingswater. Gebruik overtollig drainwater opnieuw zodat voorkomen wordt dat drainwater moet worden geloosd.

Gietwatervoorziening

Voor goed gietwater heeft men een hemelwateropvang ten minste 500 m3 per ha teeltoppervlak nodig. Of gebruikt men water met een natriumgehalte gelijkwaardig aan hemelwater. De eis voor goed gietwater geldt altijd, of nu wel of niet of sprake is van het lozen van drainagewater.

Deze eis geldt niet als:

  • het totale teeltoppervlak kleiner is dan 2.500 m2,
  • de geloosde hoeveelheid totaal stikstof niet meer bedraagt dan 25 kilogram per hectare teeltoppervlak per jaar,
  • deze voorwaarde is niet van belang als het bedrijf géén drainwater loost.

Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen voor deze eis als deze maatregel niet doelmatig is.

Recirculatiesysteem

Een recirculatiesysteem voor drainwater moet aanwezig en in gebruik zijn. Dit is een voorziening voor het opvangen en transporteren van drainwater voor hergebruik. Deze eis geldt niet als:

  • het totale teeltoppervlak kleiner is dan 2.500 m2,
  • de geloosde hoeveelheid totaal stikstof niet meer bedraagt dan 25 kilogram per hectare teeltoppervlak per jaar,
  • Deze voorwaarde is niet van belang als het bedrijf géén drainwater loost.

Zuivering drainagewater, drainwater, filterspoelwater

Voor glastuinbouwbedrijven is het doel om in 2027 al het water te recirculeren en geen lozing van afvalwater meer te hebben. Hierdoor komen uit de glastuinbouw geen gewasbeschermingsmiddelen meer in het oppervlaktewater. Dit kan men bereiken door geen afvalwater te lozen of door de gewasbeschermingsmiddelen uit het afvalwater te zuiveren. Wanneer men helemaal geen afvalwater loost hoeft men niet te zuiveren. Als nul-lozer heeft men ook nog andere voordelen.

Drainwater, drainagewater en water dat vrijkomt bij het schoonmaken van filters kan gewasbeschermings-middelen bevatten. Gewasbeschermingsmiddelen uit deze afvalwaterstromen mag men vanaf 1 januari 2018 niet lozen op het riool en het oppervlaktewater. Dit staat in het Activiteitenbesluit artikel 3.64a lid 1. Als men dit afvalwater loost moet men deze stoffen uit het afvalwater laten zuiveren door een speciale zuiveringsinstallatie. Daarna mag men dit afvalwater lozen. De zuiveringsinstallatie moet 95% van de gewasbeschermingsmiddelen uit het afvalwater halen. Dit moet men kunnen aantonen volgens artikel 3.78a van de Activiteitenregeling.

Men kan zelf een zuiveringsinstallatie op het eigen terrein plaatsen. Op basis van artikel 3.64a lid 2 mag men het afvalwater ook door een ander laten zuiveren. Dan gelden dezelfde regels. Dat kan bijvoorbeeld met een mobiele zuiveringsinstallatie op het eigen terrein. Men mag het afvalwater ook op het terrein van een ander laten zuiveren. Wanneer men het afvalwater door een ander laat zuiveren gelden de regels voor het afgeven van afvalstoffen. Het overdragen van het afvalwater aan een ander moet men aantonen.

Men mag ook met andere glastuinbouwbedrijven gezamenlijk de gewasbeschermingsmiddelen zuiveren. Omdat het meer tijd kost dit te organiseren krijgt men hiervoor de tijd tot 1 januari 2021. Dit staat in het Activiteitenbesluit artikel 3.64b lid 1. Men heeft hiervoor wel een maatwerkvoorschrift nodig. Deze collectieve zuiveringsinstallatie moet ook 95% van de gewasbeschermingsmiddelen uit het afvalwater halen. Dit moet men kunnen aantonen volgens artikel 3.78a van de Activiteitenregeling. Deze collectieve zuivering kan ook op meerdere manieren:

  • een collectieve zuivering met particuliere aanvoerleidingen
  • collectieve zuivering in gemeentelijke rioolsysteem; aan het einde van het laantje
  • collectieve zuivering in de RWZI

Aan het einde van het laantje

In deze situatie gaat het om tuinderscollectieven die afvalwater lozen op de gemeentelijke riolering. Zij willen hun gezamenlijke installatie zo plaatsen dat er nog geen vermenging met ander stedelijk afvalwater heeft plaatsgevonden. Het te zuiveren afvalwater bestaat dan nog uit het bedrijfsafvalwater van de glastuinbouwbedrijven in het tuinderscollectief.

Deze optie wordt ook wel "aan het einde van het laantje" genoemd. Dit zou moeten kunnen binnen de huidige wetgeving. Wel moet de collectieve zuivering voor goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente, omgevingsdienst en het waterschap.

Zuivering in de RWZI

Deze situatie gaat over tuinderscollectieven die het afvalwater lozen op de gemeentelijke riolering. De collectieve zuivering gebeurt vervolgens onder verantwoordelijkheid van een waterschap in een RWZI. Pas als de Waterschapswet is aangepast kan men de kosten van deze zuivering met een heffing in rekening brengen. Deze kosten maakt men namelijk alleen voor de hier aangesloten glastuinbouwbedrijven en niet voor de burgers. Onder de bestaande wetgeving kan dit nog niet.

Voorbeeld van een dergelijke zuivering is de centrale collectieve zuivering op de AWZI Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland. Dit onder de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap van Delfland.

Voor het afvalwater vanuit een kas geldt een voorkeursvolgorde voor lozen. Eerst moet de meest vervuilende afvalwaterstromen op het vuilwaterriool worden geloosd.

Substraatmateriaal

Planten groeien in een groeimedium. Om een plant te laten groeien kan men ook substraat in plaats van grond gebruiken. Substraat als groeimedium past in goten, potten en containers en andere vormen van substraathouders. In de regelgeving wordt verschil gemaakt tussen plantaardig substraatmateriaal en niet-plantaardig substraatmateriaal voor de manier van opslag.

Plantaardig  substraat
Voorbeelden van een substraat van een plantaardige oorsprong zijn: cocosvezel, veen en potgrond. Potgrond is een verzamelnaam. Potgrond is een mengsel dat voor een groot deel bestaat uit veen. Afhankelijk van het gebruik wordt veen gemengd met producten zoals boomschors, kokos, compost, zand, meststoffen en kalk. Dit substraatmateriaal is een agrarische bedrijfsstof. De manier van behandelen staat in  § 3.4.5 opslag agrarische bedrijfsstoffen

Niet plantaardig substraat
Er bestaat ook substraat van niet oorspronkelijk plantaardig materiaal. Denk daarbij aan steenwol en glaswol. Als men niet oorspronkelijk plantaardig materiaal gebruikt als substraat, is het geen agrarische bedrijfsstof. De definitie van agrarische bedrijfsstoffen heeft men in Staatsblad 2014, nummer 20 gewijzigd. Dit type substraat moet men behandelen volgens § 3.4.3 op- en overslaan van goederen.

Lozingsvoorwaarden

Voor verschillende gewassen zijn verschillende maximale lozingsnormen voor stikstof en fosfaat opgenomen. Deze lozingsnormen kennen een daling voor de periode tussen 2018 en 2027.  Deze daling moet uiteindelijk resulteren in een nullozing van afvalwater.

Als de totale hoeveelheid totaal stikstof meer is dan 25 kilogram per hectare teeltoppervlak per jaar moet het bedrijf:

De emissienorm drukt men uit in kilogram per hectare teeltoppervlak per jaar. De per jaar geloosde hoeveelheid stikstof berekend men aan de hand van de jaarlijks geloosde hoeveelheid drainwater. Vermenigvuldig deze hoeveelheid met het stikstofgehalte (nitraatstikstof en ammoniumstikstof) in het drainwater. Met deze berekening kan men nagaan of men aan de emissienorm voldoet. De emissienormen staan in de tabel hieronder. De verschillende teelten zijn ingedeeld in emissieklassen.

Emissienorm stikstof en de maximale hoeveelheid totaal stikstof

Emissienorm stikstof

maximale hoeveelheid totaal stikstof

(kg/jr/ha teeltoppervlak)

tot 2014

vanaf 2015

vanaf 2018

Cat 1

overige groenten

25

25

25

Cat 2

Anthurium, kuipplanten, perkplanten

50

33

25

Cat 3

orchidee (Cymbidium)

75

50

38

Cat 4

tulp, eenjarige zomerbloeiers

100

67

50

Cat 5

tomaat, kruiden

125

83

67

Cat 6

komkommer, potplant, uitgangsmateriaal sierteelt, overig sierteelt

150

100

75

Cat 7

aardbei, aubergine, paprika

200

133

100

Cat 8

gerbera, roos, uitgangsmateriaal groenten

250

167

125

Cat 9

Phalaenopsis, overige potorchidee

300

200

150

Met het oog op de noodzaak om de emissiereductie te realiseren worden de toegestane emissies stapsgewijs teruggebracht. Daarom is ook de daling voor de jaren 2015 en 2018 opgenomen. Deze daling leidt tot een halvering van de emissie ten opzichte van de toegestane emissie bij inwerkingtreding van dit artikel. De verdergaande emissiedaling voor de periode tussen 2018 en 2027 moet uiteindelijk resulteren in een nullozing.

Vrijstelling teeltoppervlak < 2.500 m2

Deze emissienorm voor stikstof geldt niet als het totale teeltoppervlak kleiner is dan 2.500 m2. Deze voorwaarde is ook niet van belang als het bedrijf géén drainwater loost.

Meet- en registratieplicht

Geregistreerd moet worden:

  1. Jaarlijks het gewas of de gewassen die worden geteeld, het teeltoppervlak en de teeltperiode per gewas, en
  2. elke vier weken (start 1 januari) bij elk lozingspunt de hoeveelheid drainwater in m3 die het bedrijf loost, en
  3. elke vier weken (start 1 januari) de hoeveelheid voedingswater in m3 die wordt toegediend, en
  4. elke acht weken, start 1 januari en één keer in de weken 49 tot 52

    het gehalte aan nitraatstikstof en ammoniumstikstof en totaal fosfor, natrium en de geleidingswaarde in het drainwater.

De fosforemissie moet een ondernemer jaarlijks rapporteren, omdat zo het bevoegd gezag de voortgang van de emissiereductie kan volgen. Op de evaluatiemomenten kan men dan nagegaan of bij het terugdringen van de stikstofemissie ook de fosforemissie in gelijke mate verminderd. De gegevens bewaart men vijf jaar.

Voor het meten van de hoeveelheid drainwater moet een doelmatige volumemeter aanwezig zijn. Deze meter controleert men eenmaal per drie jaar op goede werking. De instrumenten voor het meten van drainwater mogen een meetonnauwkeurigheid hebben van 10%. Men laat deze meters onderhouden door een deskundige. Een bewijs hiervan moet aanwezig zijn.

De verplichting geldt ook voor kleinere kassen (totale teeltoppervlak kleiner dan 2.500 m2.

Deze voorwaarde is niet relevant als het bedrijf géén drainwater loost. Dan kan het bevoegd gezag ontheffing verlenen. Een bedrijf moet wel kunnen aantonen geen drainwater te lozen.

Jaarlijkse rapportage

Elke jaar voor 1 mei stelt men een rapportage op. In deze rapportage moeten de hierboven genoemde geregistreerde gegevens die betrekking hebben op het voorgaande kalenderjaar zijn opgenomen. Vervolgens moet de ondernemer met deze gegevens het volgende berekenen:

  • de maximale toegestane hoeveelheid stikstof in het te lozen drainwater,
  • de hoeveelheid totaal stikstof in het geloosde drainwater,
  • de hoeveelheid totaal fosfor in het geloosde drainwater in kg per hectare teeltoppervlak.

De rapportage hoeft niet door een geaccepteerd deskundige te worden opgesteld. De teler mag dit ook zelf doen. De juistheid en volledigheid van de rapportage moet zijn geborgd. De bijlage van de Activiteitenregeling bevat een model (docx, 103 kB) met toelichting (pdf, 433 kB) dat men voor de rapportage gebruikt.

De rapportage van de emissiegegevens loopt via de Uitvoeringsorganisatie glastuinbouw en milieu (UO). Een bedrijf ontvangt van de gemeente of het waterschap het UO-nummer. Met dit nummer kan men jaarlijks de rapportage aan de UO indienen.

Maatwerk

Registratie

Soms vind drainwaterlozing zowel op het vuilwaterriool als oppervlaktewater plaats. In die gevallen kan het bevoegd gezag via maatwerk een gescheiden registratie verplichten voor beide lozingsroutes.

Lozingsroute

Wanneer niet voldoende afvalwater in het vuilwaterriool kan worden geloosd kan bevoegd gezag maatwerk verlenen om lozing op oppervlaktewater toe te staan.  Het bevoegd gezag voor lozing op het riool is de gemeente, voor lozing op oppervlaktewater is dat het waterschap

rapportage

De jaarlijkse rappaortage is niet relevant als het bedrijf structureel géén drainwater loost. Dan kan het bevoegd gezag ontheffing van de rapportage verlenen. Een bedrijf moet dit alleen wel duidelijk kunnen maken. Het bevoegd gezag kan met maatwerkvoorschriften eisen stellen aan het meten en registreren.

Overgangsrecht

In het geval men op 1 november 1994 een actieve lozingsvergunning had op grond van:

  • artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, later
  • artikel 6.2 van de Waterwet,

zijn de voorschriften van die vergunning aangemerkt als maatwerkvoorschriften binnen het Activiteitenbesluit. Wel moet het bevoegde gezag maatwerkvoorschriften kunnen stellen voor deze voorschriften (artikel 3.64).

Overgangsrecht drainagesystemen

Er zijn bedrijven met substraatteelt die hun drainwater uit het substraat laten lopen op de kasbodem. Dit is alleen toegestaan bij bedrijven die voor 1 april 2002 drainwater met behulp van een systeem van onderbemaling opvangt en hergebruikt als gietwater. Het systeem moet wel zijn uitgevoerd volgens artikel 3.74a onderdelen a, b en c. Het systeem is goedgekeurd door een deskundige (3.74a onderdeel d).  Van rechtswege is een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 2.2 Activiteitenbesluit verleend. Wanneer het gerecirculeerde water niet meer gebruikt kan worden als gietwater moet het via de zuiveringsvoorziening worden geloosd.

Controleaspecten

  1. is er sprake van grondgeboden teelt of van substraatteelt? Bij substraatteelt:
    1. wordt het drainwater centraal opgevangen en gerecirculeerd??
  2. Wordt er geen drainwater geloosd?
    1. Kan het bedrijf dit laten zien? Dan kan het bevoegd gezag via maatwerk ontheffingen verlenen. Het bedrijf dient hiervoor een verzoek tot maatwerk in.
    2. is er maatwerkverleend vanwege de nullozing?
      1. Neem eens waterkwaliteitsmonsters in de omgeving en/of bemonster de riolering.
      2. Geen door het bedrijf gebruikte gewasbeschermingsmiddelen en of biociden aangetroffen?
      3. Verbeterd de waterkwaliteit?
      4. is het debiet in het rioolstelsel afgenomen?
  3. Wordt geloosd in het vuilwaterriool of in het oppervlaktewater? En bij een Ja, wordt:
    1. voor de lozing het drainwater uit het drainagestelsel gezuiverd met tenminste 95% van de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen?
    2. voor de lozing het spoelwater van filters van een waterdoseringsinstallatie gezuiverd met tenminste 95% van de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen?
    3. de lozing gemeten en geregistreerd?
    4. voldaan aan de maximale lozingsnormen voor stikstof ?
    5. jaarlijks gerapporteert? En op tijd?
    6. voldaan aan de voorkeursvolgorde van lozen?
    7. is er sprake van het gebruik van goed gietwater?
  4. Is er sprake van maatwerk op grond van overgangsrecht? Is er bijvoorbeeld sprake van een recirculatiesysteem via onderbemaling?
    1. is deze van voor 1 april 2002?
    2. is deze voorzien van een beoordeling door een deskundige?