Categorie I onder de voormalige Brochure 1985

Vraag

Wat waren categorie I-objecten onder de voormalige Brochure Veehouderij en Hinderwet 1985?

Antwoord

In de voormalige Brochure 1985 stond: Categorie I: In de directe omgeving van het bedrijf is/zijn gelegen:

  1. de bebouwde kom;
  2. stankgevoelige objecten (ziekenhuizen, sanatorium, internaat, etc.);
  3. objecten voor verblijfsrecreatie (bungalowpark, camping (uitgezonderd verblijfsrecreatie op kampeerboerderijen), etc.).

Bebouwde kom

Het feitelijk gebruik van het object was bepalend. Een woning die binnen het bordje bebouwde kom lag, was alleen als bebouwde kom, als er ook echt sprake was van bebouwde kom. De aard van de omgeving was doorslaggevend - en niet de begrenzing van de Wegenverkeerswetgeving. Het bord van de bebouwde kom (vaak de plaatsnaam en de snelheid die geldt) was dus niet bepalend (ABRvS d.d. 23 oktober 2002, 200200465/1).

Bebouwing buiten de bebouwde kom, die feitelijk wel onderdeel was van de bebouwde kom, was ook categorie I (ABRvS d.d. 3 februari 2000 E03.98.1508, Laarbeek).

Ziekenhuizen, sanatoria, internaten en dergelijke en objecten voor verblijfsrecreatie

Daarnaast vielen ook grote stankgevoelige objecten (zoals ziekenhuizen en internaten) onder categorie I. Dat gold ook voor objecten voor verblijfsrecreatie. Om zo'n object de zware bescherming van categorie I te kunnen geven, was intensief gebruik van dit object nodig. Alleen moest "objecten die continu door een niet onaanzienlijk aantal personen werden bewoond en waarin deze zich binnen een zekere begrenzing bevonden", vielen binnen categorie I, aldus de Afdeling (ABRvS d.d. 28 maart 2000, E03.98.1388, JM 2000/86). Daarnaast was het zo dat alleen de meer grootschalige recreatie categorie I was - één vakantiehuis dus niet.

Zie ook Vz ABRvS, 200504031/2, 7-8-2005, Emmen. Slechts objecten van een zekere omvang, die regelmatig door een niet onaanzienlijk aantal mensen werden bezocht, konden worden aangemerkt als objecten voor verblijfsrecreatie. Een pension met 5 logeerkamers voldeed niet aan dit criterium. Ook in de bodemprocedure kwam de Afdeling tot dit oordeel; zie uitspraak 200504031/1, 28 december 2005, Emmen. In aanvulling op het oordeel van de Voorzitter, overwoog de Afdeling dat ook met een maximale bezetting van 14 personen per nacht, geen sprake was van een categorie I-object.

Kamperen bij de boer kreeg geen bescherming.



ABRvS

Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State

JM

Jurisprudentie Milieurecht