Toelichting OBM en m.e.r.-beoordeling

De Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) is van toepassing op de onderstaande activiteiten waarvoor de drempel voor de m.e.r.-beoordeling niet wordt overschreden.

Zie ook:

OBM en activiteiten Besluit milieueffectrapportage

De OBM is van toepassing op de volgende activiteiten waarvoor de drempel voor de m.e.r.-beoordeling (zie kolom 2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage) niet wordt overschreden. Dit is een gevolg van het indicatief maken van deze drempelwaarden.

OBM en m.e.r.-beoordelingsplicht

Het bevoegd gezag moet toetsen of de activiteiten in dit onderdeel ook beneden de drempel geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Deze toets wordt de vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd.

In artikel 2.2a, lid 1, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) staat de koppeling tussen de omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) en milieueffectrapportage (m.e.r.).

Voor inrichtingen type B betekent dit dat voor een aantal activiteiten waarvoor de drempel voor de mer-beoordeling niet overschreden wordt, een OBM vereist is.

Alleen m.e.r.-OBM activiteit

In het algemeen geldt dat als de "m.e.r.-OBM activiteit" de enige activiteit is die binnen de inrichting wordt uitgevoerd en de OBM is verleend, de inrichting geen Omgevingsvergunning milieu nodig heeft.

In die gevallen is sprake van een inrichting type A of B en heeft de inrichting alleen te maken met het Activiteitenbesluit.

Als er een milieueffectrapport nodig is, kan de OBM niet worden verleend. De inrichting moet dan een Omgevingsvergunning milieu aanvragen en wordt daardoor een inrichting type C. Als de omgevingsvergunning is verleend, kan de inrichting naast de omgevingsvergunning ook te maken hebben met voorschriften uit het Activiteitenbesluit.

Samenloop m.e.r.-OBM activiteiten en andere activiteiten

Het kan echter voorkomen dat binnen de inrichting, naast de "m.e.r.-OBM activiteit", ook een andere activiteit wordt uitgevoerd waarvoor wel een Omgevingsvergunning milieu nodig is. Bij oprichting van een dergelijke inrichting is dan één omgevingsvergunning vereist, waarin de Omgevingsvergunning milieu en de OBM samen komen.

In die gevallen is sprake van een inrichting type C. Als de omgevingsvergunning verleend is, kan de inrichting naast de omgevingsvergunning ook te maken hebben met voorschriften uit het Activiteitenbesluit.

Zie ook OBM-procedure.


Uw onderwerpen