Maximale ventilatiebehoefte per dier

De capaciteit van het luchtwassysteem moet minimaal gelijk zijn aan de totale maximale ventilatiebehoefte. De maximale ventilatiebehoefte is het aantal dieren vermenigvuldigd met de waarde voor maximale ventilatiebehoefte per dier. Hoe de maximale ventilatiebehoefte per dier wordt bepaald, is niet vastgelegd.

Richtlijnen Klimaatplatform

Er zijn richtlijnen voor de maximale ventilatiebehoefte per dier. Voor de meeste diercategorieën is er een richtlijn van het Klimaatplatform. Dit zijn algemeen geaccepteerde richtlijnen waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. In het dimensioneringsplan en de opleveringsverklaring staan de waarden uit deze richtlijnen of onderbouwde andere waarden.

Klimaatplatform

Het klimaatplatform is een groep van praktijkgerichte klimaatdeskundigen. Het platform voert zelf geen onderzoek uit. Het klimaatplatform publiceert adviezen over klimaat die gezien moeten worden als richtlijnen. Deze adviezen zijn gebaseerd op praktijkervaringen en op inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Aan de publicaties van het Klimaatplatform kunnen geen rechten worden ontleend.

Varkenshouderij

Voor varkenshouderijen zijn per diercategorie twee waarden voor maximale ventilatie vastgesteld: een lage en een hoge waarde. Welke waarde moet worden gehanteerd is afhankelijk van de wijze waarop de verse lucht wordt aangevoerd naar een dierenverblijf. Dit zijn:

  1. plafondventilatie: hoogste waarde
  2. voergang- of deurventilatie: laagste waarde
  3. grondkanaalventilatie: laagste waarde
  4. combi- of buisventilatie: gemiddelde van de hoogste en laagste waarde
  5. luchtinlaatventielen: hoogste waarde

Uit de plattegrondtekening en de doorsneden van een varkensstal blijkt welk ventilatiesysteem wordt toegepast. Voor de diercategorieën kraamzeugen, gespeende biggen en vleesvarkens geven de richtlijnen van het Klimaatplatform Varkenshouderij meerdere waarden aan voor maximale ventilatie. Hierbij is onderscheid gemaakt in de leeftijd van de dieren (bij gespeende biggen en vleesvarkens) of het productiestadium (bij kraamzeugen). Deze waarden gelden als richtlijn voor de klimaatinstelling.

Bij de bepaling van de hoeveelheid maximale ventilatie moet de 'worst case benadering' worden gevolgd. Dit betekent dat moet worden uitgegaan van de waarden bij de hoogste leeftijdscategorie (gespeende biggen en vleesvarkens) of het hoogste productiestadium (kraamzeugen).

De ventilatienormen zijn richtlijnen en zijn bedrijfsafhankelijk. Het gedrag, de gezondheidsstatus en de voeropname van de varkens zijn mede bepalend voor de instellingen. Daarnaast speelt het soort stal of afdeling daarbij ook een rol. Een kleine ruimte vraagt bijvoorbeeld meer verversing dan een grote ruimte. De moderne stallen hebben daarom vaak meer volume inhoud.

Voorheen was per diercategorie één waarde van toepassing. Op basis van gelijktijdigheid kon in bepaalde omstandigheden een lagere waarde worden gehanteerd. Het toepassen van een gelijktijdigheidsfactor is niet meer mogelijk. Uit ervaringen in de praktijk blijkt dat bij het toepassen van een factor voor gelijktijdigheid teveel schommelingen optreden in de ventilatiehoeveelheden per afdeling. Bij een lagere ventilatiehoeveelheid kunnen de vochtbalans en de koolstofdioxidebalans van de afdelingen verstoord raken. Als een dergelijke verstoring optreedt, is geen sprake meer van een goede klimaatbeheersing.

Geen richtlijnen Klimaatplatform

Niet voor alle diercategorieën waarbij luchtwassers worden toegepast zijn er richtlijnen van een klimaatplatform. Informatie is te vinden in:

  • de landbouwkundige voorwaarden bij het meetprotocol voor de meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij
  • de handboeken, die voor de verschillende diercategorieën zijn uitgegeven door Wageningen Livestock Research
  • de systeembeschrijving voor specifieke luchtwassers

Een veel gebruikte richtlijn is dat de te installeren ventilatiecapaciteit per uur minimaal gelijk moet zijn aan 1 m³ lucht per kg lichaamsgewicht. Hierbij wordt uitgegaan van het maximale gewicht van de dieren.

Luchtwasser bij additionele techniek

Voor een additionele techniek kan de maximale ventilatie niet worden berekend op basis van het aantal dieren. In dat geval vindt de berekening plaats op basis van de inhoud van de ruimte met de additionele techniek. Bij een loods voor de opslag van mest uit een pluimveestal is de maximale ventilatie veelal gelijk aan vier keer de inhoud van deze loods.