Mestdroogsysteem

Met  een mestdroogsysteem wordt uitgaande stallucht door de mest geleidt. Het systeem vangt zo fijnstof af.

Uitvoering

Op een luchtdoorlatend doek wordt een laag van ongeveer 20 cm voorgedroogde mest aangebracht. Het doek is aangebracht op kantelbare elementen of op roosters. Door het doek en de mest wordt lucht, afkomstig uit de stal, geperst. Afhankelijk van de droging wordt de mest gemengd. Bij het systeem met kantelbare elementen wordt de mest opgeslagen in de ruimte er onder. Bij het doek op de roosters wordt het afgevoerd naar een andere opslag.

Verwijderingsrendement

Het verwijderingsrendement voor fijnstof is 55%.

Overige milieueffecten

Uit onderzoek blijkt een toename van de emissie van ammoniak. Er is geen informatie beschikbaar over de emissie van geur.

Toepasbaarheid

Het systeem is toepasbaar bij opfokleghennen (E.1), leghennen (E.2), vleeskuikenouderdieren (E.4) en vleeskuikens (E.5). Het kunnen toepassen van het mestdroogsysteem is afhankelijk van het huisvestingssysteem in de stal. Het drogen van mest wordt in de praktijk alleen toegepast op bedrijven waar de mest wordt opgevangen op mestbanden onder een roostervloer. Dit zijn de bedrijven met opfokleghennen en leghennen.

De ingaande mest moet een drogestofgehalte hebben van minimaal 55% en dit kan alleen als de mest wordt voorgedroogd in de stal. Omdat niet alle ventilatielucht via het mestdroogsysteem hoeft te worden afgevoerd, is de techniek ook geschikt voor stallen zonder centrale afzuiging. Dit systeem wordt in de praktijk nauwelijks toegepast.

Kosten

Elke drie maanden moet het drogestofgehalte van de mest worden bepaald. Het mestdroogsysteem geeft een gering stijging van de energiekosten. Droge mest geeft lagere mestafzetkosten. Omdat het gewicht van de af te voeren mest is afgenomen zijn de transportkosten lager. Het systeem is zonder veel meerkosten toe te passen bij bestaande stallen.

Informatiebron

Livestock Research WUR, Rapport 280: Fijnstofemissie uit stallen: leghennen in stallen met een droogtunnel, maart 2011.