Vragen en antwoorden over activiteiten in het Activiteitenbesluit

Hieronder staan vragen en antwoorden over de activiteiten in het Activiteitenbesluit. De meeste gaan over het toepassingsbereik en de vergunningplicht van de activiteiten. Veel van deze activiteiten komen voor bij verschillende soorten bedrijven.

Niet gevonden wat u zocht? Kijk dan eens bij vragen en antwoorden over:




Begrip: Biomassa

[Activiteitenbesluit artikel  1.1 lid 1; Besluit omgevingsrecht bijlage I onder A]

Biomassa:

  1. producten die bestaan uit plantaardig landbouw- of bosbouwmateriaal dat gebruikt kan worden als brandstof om de energetische inhoud ervan te benutten
  2. plantaardig afval uit land- of bosbouw
  3. plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie, indien de opgewekte warmte wordt teruggewonnen
  4. vezelachtig plantaardig afval afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp, indien het op de plaats van productie wordt meeverbrand en de opgewekte warmte wordt teruggewonnen
  5. kurkafval
  6. houtafval, met uitzondering van houtafval dat ten gevolge van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of door het aanbrengen van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten.

Begrip: Vloeibare brandstof

Activiteitenbesluit, artikel 1.1

Vloeibare brandstof: Lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in de artikelen 26 van de Wet op de accijns:

  • lichte olie (bijvoorbeeld benzine)
  • halfzware olie (bijvoorbeeld kerosine en petroleum)
  • gasolie (bijvoorbeeld diesel en huisbrandolie)

Begrip: Vergistingsgas

Vergistingsgas (artikel 1.1 Activiteitenbesluit)

Gasvormige brandstof, met als hoofdbestanddelen methaan en koolstofdioxide, dat is ontstaan door vergisting van organisch materiaal

Toelichting Stb 2012, 558

Voorbeelden van organisch materiaal zijn hier gft-afval, mest, rioolslib, actief slib, gestort huisvuil of een mengsel daarvan.

Begrip: Nominaal vermogen

Het nominaal vermogen (Pn) is door de fabrikant aangegeven. Het is het maximale verwarmingsvermogen bij continu gebruik waarbij een maximaal rendement wordt behaald, ofwel, de output.

Begrip: Thermisch vermogen

In de Nederlandse regelgeving is het thermisch vermogen (Q) de warmte-inhoud van de maximale hoeveelheid brandstof die per tijdseenheid kan worden toegevoerd naar een stookinstallatie, ofwel, de input. De term ‘thermisch vermogen' is de vertaling van ‘thermal rated input' uit Europese regelgeving.