Afwijken Leegstandwet (artikel 6t)

Artikel 6t Besluit uitvoering Chw biedt de gemeente de mogelijkheid om af te wijken van de Leegstandwet. Doel is de duur van leegstand te verkorten en verhuurders te verplichten een leegstaande woonruimte tegen marktconforme huurprijs te verhuren.

Toepasselijke gebied

Dit artikel is tot 1 januari 2025 van toepassing op de gemeente Amsterdam.

Afwijking regels

  • in afwijking van artikel 3, eerste lid, van de Leegstandwet kan de gemeenteraad, als zij een verordening als bedoeld in artikel 4 van de Huisvestingswet 201 heeft vastgesteld, in de leegstandverordening bepalen dat de leegstand van daarbij aangewezen categorieën woonruimten, gelegen in de gemeente of daarbij aangegeven delen van de gemeente, door de eigenaar wordt gemeld aan burgemeester en wethouders, zodra die leegstand langer duurt dan een in die verordening aangegeven termijn van ten minste die maanden
  • in de leegstandverordening worden nadere regels gegeven over het melden
  • burgemeester en wethouders voeren binnen twee maanden na ontvangst van de melding overleg met de eigenaar van de woonruimte over het gebruik ervan
  • burgemeester en wethouders stellen na het overleg of zonder overleg, als de eigenaar aan dat overleg geen medewerking verleent, een leegstandbeschikking vast
  • burgemeester en wethouders kunnen in de leegstandbeschikking bepalen dat:
    • als de woonruimte niet geschikt is voor gebruik als woonruimte en de woonruimte niet is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw, welke voorzieningen de eigenaar moet treffen binnen de in de beschikking bepaalde termijn  om de woonruimte geschikt te maken voor gebruik als woonruimte
    • als de woonruimte bestemd is voor verhuur, de maximale marktconforme huurprijs waartegen de woonruimte te huur wordt aangeboden
    • als het een woonruimte  betreft die bestemd is voor afbraak of vernieuwbouw en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van artikel 15, eerste lid, onder c, van de Leegstandwet, de eigenaar verplicht is de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet
    • er een termijn opgenomen wordt van ten minste één maand waarbinnen de woonruimte op het moment dat deze geschikt is voor bewoning in gebruik wordt genomen als woonruimte
    • andere voorwaarden opgenomen worden die noodzakelijk zijn voor het zo spoedig mogelijk in gebruik nemen van de woonruimte
  • de eigenaar kan gemotiveerd verzoeken om de termijn eenmaal te verlengen met een periode van ten minste één maand
  • burgemeester en wethouders kunnen de voorwaarden in de oorspronkelijke leegstandbeschikking wijzigen
  • in aanvulling op artikel 4 Leegstandwet kunnen burgemeester en wethouders als ze vaststellen dat het gebouw of een gedeelte daarvan niet geschikt is voor gebruik, in een leegstandbeschikking voorschrijven welke voorzieningen door de eigenaar moet worden getroffen.

Overzicht wijzigingen

Deze regeling staat in de eenentwintigste tranche Besluit uitvoering Chw.

Achtergrondinformatie

Met dit experiment wordt de periode dat een woning leegstaat zonder dat een leegstandoverleg plaatsvindt verkort van maximaal negen maanden naar maximaal vijf maanden. In de huidige Leegstandwet kan de gemeente een gebruiker voordragen voor een leegstand gebouw of een gedeelte daarvan.

In de praktijk blijkt dit instrument niet werkbaar bij de bestrijding van woningleegstand. Woningeigenaren kunnen net zo lang afwachten tot een gebruiker wordt voorgedragen die bereid is de gevraagde, soms meer dan de marktconforme huurprijs, te betalen.

Daarnaast krijgt de gemeente een makelaarsrol toebedeeld die niet past in haar primaire taken. Bij de bestrijding van woningleegstand ziet de gemeente zich eerder de rol van regisseur vervullen.

De Amsterdamse praktijk leert dat een combinatie van leegstandmelding en leegstandoverleg, zoals voorgeschreven in de artikelen 4 en 5 van de Leegstandwet, heel nuttig is voor de bestrijding van leegstand.

Door de leegstandmelding is bij de gemeente bekend wie de eigenaar is. Het leegstandoverleg zorgt voor bewustwording van de leegstandproblematiek bij de eigenaar.  Wordt in het overleg een gezamenlijke oplossing gevonden? Dan wordt deze vastgelegd in de leegstandbeschikking.

Komt de eigenaar niet opdagen voor het leegstandoverleg? Dan zijn burgemeester en wethouders verplicht om de eigenaar eenzijdig verplichtingen op te leggen in een leegstandbeschiking.